Voor een bloeiend Eijsden-Margraten dat we willen doorgeven

Programma CDA Eijsden-Margraten 2018 – 2022

 

Inhoudsopgave

1          Verantwoording……………………………………………………………………………………………………………. 1

2          Inleiding………………………………………………………………………………………………………………………… 2

2.1             Ambitie…………………………………………………………………………………………………………. 3

2.2             Context…………………………………………………………………………………………………………. 3

3          Wat gaan we doen?………………………………………………………………………………………………………. 6

4          Ruimte om te wonen………………………………………………………………………………………………….. 11

4.1             Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting…………………………………………………… 11

4.2             Wonen: meer woonruimte………………………………………………………………………… 12

5          Een hoogwaardige leefomgeving………………………………………………………………………………… 14

5.1             Het renderende landschap………………………………………………………………………… 14

5.2             Openbare ruimte……………………………………………………………………………………….. 16

5.3             Woon en leefmilieu……………………………………………………………………………………. 18

5.4             Cultureel Erfgoed……………………………………………………………………………………….. 19

6          Werk en inkomen……………………………………………………………………………………………………….. 22

6.1             Toerisme & Recreatie…………………………………………………………………………………. 22

6.2             Landbouw & Fruitteelt……………………………………………………………………………….. 24

6.3             Arbeidsmarkt……………………………………………………………………………………………… 26

6.4             Bedrijvigheid………………………………………………………………………………………………. 26

6.5             Milieu en duurzaamheid…………………………………………………………………………….. 27

7          Samen gemeenschap zijn……………………………………………………………………………………………. 29

7.1             Maatschappelijke ondersteuning……………………………………………………………….. 29

7.2             Aanpak armoede en vereenzaming……………………………………………………………. 32

7.3             Veiligheid……………………………………………………………………………………………………. 33

7.4             Verenigingsleven………………………………………………………………………………………… 34

7.5             Sport…………………………………………………………………………………………………………… 35

8          Voorzieningen in de dorpen……………………………………………………………………………………….. 36

8.1             Openbaar Vervoer……………………………………………………………………………………… 36

8.2             Onderwijs en jongeren………………………………………………………………………………. 37

9          Bestuur……………………………………………………………………………………………………………………….. 38

9.1             Bestuurlijke organisatie………………………………………………………………………………. 38

9.2             Bestuurlijke samenwerking………………………………………………………………………… 39

9.3             Financiën……………………………………………………………………………………………………. 40

 

 

1                   Verantwoording

Op voorstel van het bestuur heeft de algemene ledenvergadering van de CDA-afdeling Eijsden-Margraten van 18 juli 2017 een programmacommissie ingesteld voor de voorbereiding van het CDA-verkiezingsprogramma voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018. De commissie bestaat uit de volgende leden:

  • Gerry Jacobs, wethouder
  • Armand Opreij, wethouder
  • Giel Frantzen, raadslid
  • Marcel Hendrikx, fractielid
  • Ruud Tummers, fractielid
  • Jos Custers, wethouder

 

De programmacommissie presenteert hierbij het resultaat van haar werkzaamheden ten behoeve van het CDA-verkiezingsprogramma 2018-2012. De commissie heeft het conceptprogramma aangeboden aan het afdelingsbestuur dat het programma op haar beurt heeft voorgelegd aan de algemene ledenvergadering van 15 januari 2018. Tijdens die vergadering werd het programma aangenomen, waarbij de leden de mogelijkheid werd geboden om in de vorm van aanbevelingen en amendementen wijzigingen aan te brengen. Partijleden maakte daar ook gebruik van. Tijdens een druk bezochte, levendige ledenvergadering van 3 februari werd de diepgang in de inhoud en de discussie opgezocht. De algemene ledenvergadering van 3 februari heeft voorliggende CDA verkiezingsprogramma ‘Voor een bloeiend Eijsden-Margraten dat we willen doorgeven’ te Rijckholt definitief vastgesteld.

Voor het opstellen van het voorliggend CDA-programma is gebruik gemaakt van de handrijking voor de gemeenteraadsverkiezingen van het landelijke CDA, het CDA-programma 2014-2018 van Eijsden-Margraten en van de aktuele strategische beleidsvisie van de gemeente Eijsden-Margraten.

Het CDA-programma geeft de inhoudelijke koers aan die het CDA in Eijsden-Margraten de komende vier jaar gaat varen. Het document dient als inhoudelijk compas voor de CDA-leden en raadsleden die het CDA de komende vier jaar gaan vertegenwoordigen. Als het CDA van de kiezers mag deelnemen aan een te vormen coalitie zal dit programma als uitgangspunt dienen bij de overleggen en onderhandelingen om tot een raadsprogramma te komen voor de komende raadsperiode. Het verkiezingsprogramma bevat duidelijke politieke stellingnames over aangelegenheden in de gemeente Eijsden-Margraten. De CDA-raadsleden zien toe op de uitvoering van het programma en zijn daarop aanspreekbaar en controleerbaar, zodat het geschrevene geen papieren belofte zal zijn. Alle kandidaat raadsleden zullen zich conformeren aan het vastgestelde programma.

De programmacommissie vertrouwt erop, dat haar werkzaamheden een bijdrage leveren aan een herkenbare, betrouwbare en controleerbare CDA-politiek in de gemeente Eijsden-Margraten.

 

2                   Inleiding

Prettig leven, wonen en werken in een bloeiende gemeente, dat is wat de inwoners van Eijsden-Margraten willen en dat is ook wat het CDA wil. Het CDA wil die bloeiende gemeente in al zijn verscheidenheid en kleurenpracht ook veilig stellen en doorgeven aan de toekomstige generatie. Het CDA leeft immers niet voor zich zelf. Duidelijker kunnen we de boodschap van het CDA niet betitelen.

Het is misschien geen flitsende, hippe spraakmakende boodschap waar je in de social-media direct mee scoort. Dat hoeft voor het CDA ook niet. Gewoon prettig leven, wonen en werken in je eigen omgeving, in je eigen gemeenschap, dat is waar het CDA voor staat en voor gaat. Met alle veranderingen en uitdagingen die op ons pad komen in ons dagelijks leven, is steeds weer een hele opgave om die stabiliteit in onze gemeente te realiseren. En een stabiele factor is het CDA in onze gemeente steeds gebleken. Een partij die sinds de eerste verkiezingsdeelname in 1982 steeds bestuursverantwoordelijkheid heeft genomen en gedragen. Een degelijke en stabiele partij van mensen die geworteld zijn in de samenleving en die zich verantwoordelijk voelen voor hun naasten, voor de mede-mens en voor de woonomgeving.

Het CDA programma is gebaseerd op de volgende zeven uitgangspunten:

 

  1. De samenleving, niet de overheid. Wij willen dat u invloed heeft op de wereld om u heen, ook in de politiek. Wij zien een overheid die naast u staat in plaats van tegenover u. Wij willen een samenleving waar u samen met anderen zoveel mogelijk zelf bepaalt.
  2. Wij zien een taak voor iedereen. Iedereen heeft een taak: je werkt, je doet vrijwilligerswerk of je volgt een opleiding. Iedereen die kan, doet mee. Mar wie niet wil, kan niet rekenen op blijvende ondersteuning.
  3. Een eerlijke economie. Wij kiezen voor een eerlijke economie op basis van duurzaamheid. Werken loont. Kleine ondernemers en familiebedrijven krijgen ruimte.
  4. Tegen de profiteurs. We zien een samenleving gebouwd op wederkerigheid: voor wat, hoort wat. Profiteurs die zich daaraan onttrekken staan we niet toe.
  5. De familie is ons fundament. We zien families als het fundament voor onze samenleving: waar mensen voor elkaar zorgen en verantwoordelijkheid nemen. We ondersteunen duurzame relaties.
  6. Een zelfbewust Nederland, verbonden met Europa. Zeker met onze ligging ten opzichte van België en Duitsland van cruciaal belang.
  7. De toekomst van onze kinderen. Rentmeesterschap. Lange termijn boven de korte termijn !

 

De gemeente is voor het CDA erg belangrijk, omdat verreweg de meeste zaken waar inwoners in het dagelijks leven mee te maken hebben, zich op het niveau van de gemeente afspelen. Mede daarom zijn en worden door de rijksoverheid nieuwe taken aan het takenpakket van de gemeente toegevoegd en zijn andere taken anders ingevuld. Van de gemeente wordt steeds meer gevraagd, maar ook verwacht. Er is steeds meer behoefte aan krachtige gemeenten. Gemeenten die weten hoe inwoners, verenigingen en het maatschappelijk middenveld in staat zijn om eigen verantwoordelijkheid te nemen.

De kracht van een gemeente wordt, naar de overtuiging van het CDA, groter naarmate het beter lukt, inhoud te geven aan wat het CDA noemt: een ‘levende gemeente’. Dat is een gemeente die bruist van energie omdat ze zich ontwikkelt in een wisselwerking tussen de gemeenschap (gezinnen, scholen, maatschappelijke organisaties, verenigingen, bedrijven,dorpen en buurten in de gemeente) en het gemeentebestuur.

Door het bruisen van energie en passie blijven kwaliteiten in onze gemeenschap behouden en ontwikkelen deze zich verder. Daarvoor is een beleid met bezieling nodig. Deze bezieling wordt niet alleen gevraagd van het gemeentebestuur, maar ook van alle andere betrokkenen. Maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers werken samen aan de opgaven die moeten worden vervuld om de gestelde ambitie waar te kunnen maken. Iedere betrokken organisatie, instelling en burger zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen om het gewenste resultaat te kunnen bereiken. Wij allen zullen verder moeten kijken dan hun eigen erf.

Om de betrokken organisaties, bedrijven en buurten voldoende kans te geven hun verantwoordelijkheid waar te maken, wil het CDA met hen coalities aangaan. Verder zal het CDA niet schromen om taken los te laten, in het vertrouwen dat maatschappelijke organisaties dit vaak beter kunnen dan de overheid.

Het antwoord van het CDA op de ontwikkelingen die op ons afkomen is hieronder uitgwerkt in de thema’s Wonen, Werken en Welzijn. Onze visie op de plaats van de gemeente in de gemeenschap is opgenomen in het hoofdstuk Bestuur en Organisatie.

 

2.1            Ambitie

Eijsden-Margraten heeft haar inwoners veel te bieden. De inwoners van onze gemeente zijn over het algemeen tevreden over hun leefomgeving. Het is goed leven, wonen en werken in onze gemeente, omdat het woon- en leefklimaat in de dorpen van hoog niveau is, mede door de goede sociale verhoudingen, de gezonde economische basis en het goede voorzieningenniveau. Bovendien zijn landschap en natuur in het buitengebied bijzonder aantrekkelijk.

De positie in de samenleving stelt niet alleen eisen aan de strategische kracht van Eijsden-Margraten, maar ook aan de competenties van de gemeentelijke organisatie. Met een krachtig en herkenbaar profiel en een hoge mate van zelfbewustzijn speelt onze gemeente haar rol in de regio. De uitdaging is zich zo te positioneren, dat Eijsden-Margraten optimaal kan inspelen op de kansen die zich voordoen. Inzet is een gemeente te zijn met een krachtig beleid gericht op het onderhouden en uitbouwen van een hoogwaardig woon- en leefklimaat in de kernen, op het verder versterken van de sociale cohesie en het culturele klimaat én op een verdere versterking van de economische structuur. Het hoogwaardige woon- en leefklimaat manifesteert zich zowel in het bebouwde gebied met een gevarieerd woning- en voorzieningenaanbod, als ook in een kwalitatief hoogwaardig landschap. Daarin zijn er niet alleen werkbare condities voor een innovatieve agrarische sector, maar is het ook voor bewoners en bezoekers buitengewoon prettig om binnen onze gemeente te verblijven.

We gaan voor een gemeente die zich dienstbaar opstelt aan de samenleving en niet andersom. Een samenleving waarin niemand aan zijn lot wordt overgelaten.

We ambiëren zelfredzaamheid van mensen en verenigingen, zekerheid en een duurzame toekomst voor ons allen. We zijn gedreven door rechtvaardigheid, optimisme en betrouwbaarheid.  We zijn er voor iedereen, alle samenlevingsvormen en voor de gehele gemeenschap. Wij doen dit door dicht bij en tussen de mensen te staan, te luisteren en te helpen, laten iedereen in zijn waarde en iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen.

 

2.2            Context

De gemeente Eijsden-Margraten ligt in Zuid-Limburg in west-oost-richting in het voor Nederland unieke landschap van het Maasdal tot in het Heuvelland en in noord-zuid richting op de as A2, omsloten een top-technologische regio. De gemeente is ruim 8.000 hectare groot en heeft iets meer dan 25.000 inwoners die in ongeveer 10.750 woningen wonen. De woondichtheid is in het Maasdal is iets groter dan in de dorpen op het plateau.

De gemeente Eijsden-Margraten bestaat uit 15 kerkdorpen, te weten Banholt, Bemelen, Cadier en Keer, Eckelrade, Eijsden, Gronsveld, Mariadorp, Margraten, Mesch, Mheer, Noorbeek, Oost-Maarland, Rijckholt, Scheulder en Sint Geertruid. Daarnaast bezit onze gemeente een rijkdom aan gehuchten of kleine leefgemeenschappen. Elke kern heeft zijn eigen karakter en identiteit, die veelal terug te voeren is op de ligging en de ontstaansgeschiedenis. Gemeenschappelijk is het bruisende maatschappelijke leven in vooral sport en cultuur. De kleinschaligheid in Eijsden-Margraten is gunstig voor de kwaliteit van de gemeenschappen in de kernen. De sociale cohesie is er sterk. Het voorzieningenniveau in de kernen staat onder druk van ontgroening en vergrijzing enerzijds en schaalvergroting van voorzieningen anderzijds. De twee dorpskernen van Eijsden en margraten vervullen een centrumfunctie.

Eijsden-Margraten is niet een typische werkgelegenheidsgemeente, die veel werk biedt aan mensen die elders wonen. Eerder is het omgekeerde het geval; Eijsden-Margraten kan worden gekarakteriseerd als een gemeente die een hoogwaardig woon- en leefklimaat biedt aan veel mensen die buiten de gemeente hun inkomen genereren. Werken, wonen en welzijn zijn binnen de gemeente en de omliggende regio’s sterk met elkaar verbonden.

In Eijsden-Margraten zijn meer dan 2.325 ondernemingen gevestigd. Deze ondernemingen zijn verdeeld over de agrarische sector, industrie en ambacht en de commerciële en niet-commerciële dienstverlening. In het perspectief van Noordwest-Europa ligt Eijsden-Margraten in een grote samenhangende economische regio, die wel wordt aangeduid als Eindhoven-Leuven-Aken. De toenemende globalisering kan voor afzonderlijke bedrijven en werknemers ingrijpende gevolgen hebben, maar ook kansen bieden om zich verder te ontplooien. De overheid dient de economische ontwikkeling en grensoverschrijdende samenwerking te stimuleren. Dit stelt hoge eisen aan het onderwijssysteem en de praktische toepassing van kennis.

Het voorzieningen niveau in de dorpen, het meest in de kleine dorpen, vermindert door het verdwijnen van winkels, banken, postkantoren en door een achteruitgang van de dienstverlening door het openbaar vervoer. Tegelijkertijd is sprake van een toenemende vergrijzing en ontgroening van de bevolking. De verwachting is dat in de komende 10 jaar het aantal inwoners jonger dan 10 jaar met 25% toeneemt en het aantal ouder dan 65 jaar met 25%. Ondertussen zien we het aantal inwoners tussen de 10 en 65 jaar met 6,4% afnemen. De laatste 10 is het bevolkingsaantal in onze gemeente nagenoeg gelijk gebleven (toename van 123 personen). Dit komt door een positief migratiesaldo.

Belangrijke uitdaging op het gebied van voorzieningen en leefbaarheid is de demografische ontwikkeling. De voorspelde bevolkingskrimp blijkt in de praktijk minder waarneembaar als enkele jaren geleden werd voorspeld.  De gemeente kent nauwelijks of geen leegstand en in vrijwel alle leeftijdscategoriën bestaat een grote vraag naar passende woonruimte. Als enkele jaren merkt de jongere generatie dat er weinig en vaak zelfs geen woonruimte in eigen dorp voor handen is en daardoor gedwongen wordt te verhuizen naar elders. Bij de oudere generatie willen mensen als ze eenmaal een achtenswaardige leeftijd hebben bereikt, compacter en overzichtelijker wonen in een geschikte en veelal kleinere woonvorm. Omdat dat type woningen onvoldoende beschikbaar zijn in de eigen gemeente, komt nauwelijks een doorstroming op gang, waar weer de jongere en middelbare generatie last van heeft.

Binnen de agrarische sector is sprake van een grote dynamiek. Er voltrekken zich daar talrijke en ingrijpende ontwikkelingen. In Eijsden-Margraten is die sector prominent aanwezig. Ook in de primaire sector komt het accent steeds meer te liggen op de kennisintensieve werkgelegenheid, de green life sciences. De gemeente zal attent te zijn om het benutten van de kansen in die sfeer te faciliteren.

Steeds meer agrarische bedrijven beëindigen hun primaire activiteiten als gevolg van allerlei ontwikkelingen. Anderzijds vindt er bij de overgebleven agrariërs een schaalvergroting plaats. Momenteel zijn in onze gemeente  ongeveer 188  agrarische bedrijven actief, maar de verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal afnemen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het inkomen en de werkgelegenheid in de agrarische sector, maar gaat ook ten koste van de inrichting en het beheer van het landschap. Schaalvergroting  van bedrijven zal leiden  tot een meer eenzijdige inrichting van het landschap dat vaak gepaard gaat met kleine landschapselementen als heggen, graften , poelen en wandelpaden.

Natuur en landschap worden de laatste tijd gekenmerkt door een grote dynamiek waar het beheers- en ontwikkelingsinstrumentarium van de overheid niet op berekend is. Deels gaat het daarbij om ontwikkelingen in de agrarische sector die gevolgen hebben voor de kwaliteit van natuur en landschap en deels gaat het om voortschrijdend inzicht omtrent de wijze waarop, met het oog op de toekomst, met natuur en landschap moet worden omgegaan.

 

 

 

3                   Wat gaan we doen?

 

Om de gestelde ambities waar te maken, gaan we de volgende opgaven en doelen realiseren:

De bloeiende gemeente die we willen doorgeven  gaan we op de volgende wijze realiseren .

Centraal daarin de Leefbaarheid en duurzaamheid (technisch, economisch, ecologisch en etisch):

 

Meer woonruimte

  • In Eijsden, Margraten, Cadier en Keer, Sint Geertruid, Banholt en Noorbeek worden de bestaande uitbreidingsplannen in uitvoering gebracht, waarbij levensloopbestendige woningen worden gerealiseerd.
  • In de dorpen Oost-Maarland en Mheer is behoefte aan woonruimte, maar momenteel geen uitbreidingsplannen kennen gaat het CDA woonruimte creëren middels nieuwe bestemmingsplannen die voorzien in minstens 15 woningen.
  • Poelveld in Eijsden, Heiligerweg in Margraten en het ’t Veldje in Eijsden worden afgebouwd.
  • Daar waar zich de mogelijkheid voordoet koopt de gemeente actief vrijkomende panden, complexen of boerderijen op om woonappartementen (huur en koop) te realiseren. Het CDA gaat de komende periode minimaal 5 van deze projecten ontwikkelen.
  • De gemeente faciliteert ouderen enerzijds om zo lang mogelijk in hun eigen woning te kunnen blijven wonen, en zorgt anderzijds voor voldoende beschikbare woonruimte om te kunnen doorstromen.

 

De leefomgeving

  • We gaan meer met de Maas doen. Door landschappelijke ontwikkelingen in het Maasdal wordt wateroverlast door stijging van het Maaspeil tegen gegaan. Economische en recreatieve mogelijkheden worden daarbij gestimuleerd.
  • Ergernissen zoals hondenpoep en geluidsoverlast door motoren langs de Mergellandroute worden aangepakt.
  • In de karakteristieke en historische dorpsgedeelten investeren we extra in de kwaliteit van de openbare ruimte.
  • We stellen middelen ter beschikking voor dorpspleinen, als uitnodiging voor ontmoetingen.
  • Schoolomgevingen worden veiliger gemaakt, net zoals de school-thuis-routes.

 

Landschap

  • Het landschap is ons basiskapitaal en aantasting van de basiskwaliteiten staan wij niet toe.
  • Wij bieden ruimte aan innovatieve en nieuwe economische ontwikkelingen in het buitengebied.
  • Er wordt jaarlijks geïnvesteerd om het Landschap Ontwikkelingsplan Eijsden-Margraten in uitvoering te brengen.
  • In een levendig landschap, horen koeien en vee buiten in de wei! Boeren die hier werk van maken mogen op ons rekenen.
  • Middelen ter beschikking stellen voor graften, wegkruizen, kapellen, archeologische objecten, hoogstamboomgaarden.
  • Kleinschalige gemengde agrarische bedrijven stimuleren en faciliteren we.
  • Wij investeren in een goed onderhouden wandel- en fietspaden routenetwerk in het buitengebied.
  • Het instellen van een regionaal landschapsfonds voor het behoud en onderhoud van ons Nationaal Landschap, in samenwerking met de provincie en de andere gemeenten. e willen uitbreiden.

 

Verkeersinfrastructuur

  • We investeren in uitbreiding van wandelpaden en in verharde fietspaden in het buitengebied. Vooral in verbindingen met de Voerstreek, Maastricht, Luik en Aken.
  • Om een veilige fietsverbinding tussen het Maasdal en het plateau te realiseren, wordt een vrijliggend fietspad aangelegd langs de Sint-Geertruiderweg en de Bukel.

–      De Trambaanfietsroute Maastricht-Aken wordt samen met de provincie Limburg en de andere gemeenten ontwikkeld tot een verharde fietsroute door het groene Heuvelland.

–      Tussen Margraten en Valkenburg wordt een fietspad of een fietsstrook langs de weg gerealiseerd.

–      Verbeterde bereikbaarheid ook per auto en gratis parkeren.

–      Het CDA zorgt voor goede, geasfalteerde verbindingswegen tussen de dorpen onderling en met onze buurgemeenten en buurdorpen.

 

Duurzaamheid

  • Het CDA stimuleert en geeft nieuwe impulsen aan duurzaam bouwen.
  • Duurzame projecten worden gestimuleerd, maar mogen niet ten kosten gaan van de kwaliteit van ons landschap. Zonnepanelen worden op daken van woningen en bedrijfsgebouwen gestimuleerd.
  • Voor een duurzame energievoorziening zetten we in op energiebesparing, CO2 reductie, biomassa en innovatieve opwekking van duurzame energie.
  • Afvalpreventie voor inwoners en bedrijven wordt gestimuleerd. We streven naar een circulaire economie om gebruikte producten te hergebruiken.

 

Landbouw & Fruitteelt

  • Agrarische bedrijven met toekomstperspectief krijgen de ruimte om te ondernemen en zich te ontwikkelen zoals de markt dat verlangt. Een goede landschappelijke aankleding en inpassing is een voorwaarde.
  • Bloeiende agrarische bedrijven met een functioneel grondgebruik. Een levensvatbare veiling en vergroting van het aanbod van streekproducten.
  • We faciliteren fruit- en veetelers die kiezen voor kwaliteitsverbetering of een andere, nieuwe bedrijfsvoering.
  • Een aantrekkelijk het landschap voor toerisme en recreatie. Koeien in de wei! en het liefst onder hoogstamboomgaarden.
  • De fruitveiling krijgt ruimte om zich verder uit te breiden teneinde zich te handhaven. De gemeente werkt mee aan het wijzigen van het bestemmingsplan.

 

Toerisme & Recreatie

  • Het is aan de markt om te investeren in de kwaliteit van toeristische accommodaties. Het CDA faciliteert initiatieven die een verbetering voor de omgeving opleveren.
  • Ondernemers worden ondersteund bij de kwaliteitsverbetering van de bedrijfsvoering. We zetten in op kennisverbreding en netwerking.
  • Nieuwe toeristische en recreatieve activiteiten worden breed gefaciliteerd. Het landschappelijk karakter in de zin van rust en schoonheid mogen niet verstoord worden.
  • De opbrengst van de toeristenbelasting gaat naar recreatieve ontwikkelingen en naar het het onderhoud van het landschap.
  • De gemeente draagt bij aan de profilering toerisme, samen met

 

Bedrijvigheid

  • De gemeente onderzoekt voor ondernemers op de bedrijventerreinen en in buitenaf gelegen bedrijven de nieuwste mogelijkheden voor een optimale ICT infrastructuur.
  • Onze bedrijventerreinen moeten vooral ruimte bieden aan lokale ondernemers.
  • Grenzeloos ondernemen, aan weerszijden van de landsgrens, wordt gestimuleerd.
  • Faciliteren van huisvesting van zzp’ers.
  • Stimulering van de regionale economie door lokale bedrijven met lokale werknemers voorrang te verlenen bij aanbestedingen.

 

Cultureel erfgoed

  • Het materieel erfgoed (monumenten, archeologie, vakwerkbouw en cultuurhistorische landschap) en immateriële erfgoed (tradities en streektaal) bepaalt de identiteit van de gemeente. Om het erfgoed te behouden en door te geven aan een nieuwe generatie investeren wij jaarlijks in de instandhouding ervan.
  • We investeren in initiatieven en verenigingen om het cultureel erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken.
  • Monumenten en beeldbepalende cultuurhistorische gebouwen en dorpsgezichten in stand houden.

 

Cultuur & sport

  • We blijven jaarlijks € 1 miljoen investeren in subsidies en bijdragen voor cultuur- en sportverenigingen.

 

Zorg voor elkaar

  • Daar waar mensen buiten hun eigen schuld buiten de boot dreigen te vallen, treedt de overheid op als vangnet.
  • De totale kosten die met de gemeentelijke zorgtaken te maken hebben, zijn niet hoger dan de rijksbijdrage die daarvoor wordt ontvangen.
  • Na de realisatie van huiskamers in Sint Geertruid, Eijsden, Margraten, Cadier en Keer, Mesch, Oost-Maarland, Noorbeek, Gronsveld, Bemelen en Banholt faciliteren we ook in andere dorpen in huiskamers als vrijwilligers dat initiëren.
  • In elke dorpskern is een multifunctionele accommodatie waar de dorpsgemeenschap zich kan treffen. Iedere voorziening kan éénmaal in de 15 jaar rekenen op een maximale bijdrage in de investeringskosten voor groot onderhoud van € 60.000.
  • Voor de bestrijding van armoede en de ondersteuning van ouderen worden nieuwe initiatieven van vrijwilligers gefaciliteerd.
  • De gemeente zal in het kader van armoedebestrijding extra communiceren over de mogelijkheden die de gemeente biedt. Vertrouwenspersonen vormen hierbij een belangrijk schakel.
  • De gemeente organiseert voor mensen in de bijstand werkplekken als voorbereiding op een nieuwe baan.

 

Onderwijs

  • De kwaliteit van het basisonderwijs is leidend bij de instandhouding van basisscholen in alle dorpskernen.
  • Brede scholen zijn opgezet in Eijsden, Margraten, Mheer, Gronsveld en Cadier en Keer waar verder in de breedte wordt geïnvesteerd.
  • Het CDA streeft er naar om de basisscholen in Mesch, Oost-Maarland en Sint Geertruid te behouden.

 

Openbaar Vervoer

  • Er zijn alternatieve vormen van openbaar vervoer nodig om de bereikbaarheid van de woonkernen te garanderen. Voldoende financiële ruimte en creativiteit zijn hier noodzakelijk.
  • Daar waar Arriva en de provincie ondervonden knelpunten binnen Eijsden-Margaten niet kan oplossen (Eijsden-Oost-Maarland-Rijckholt-Gronsveld-Maastricht), wil het CDA de inzet van de Buurtbus mogelijk maken.

 

Veiligheid

  • Verkeersveiligheid wordt jaarlijks gemeten en verbeterpunten worden doorgevoerd.
  • Drugs en drugsoverlast worden niet getolereerd.
  • Tegen overlast in het bijzonder op pleinen, jeugdhonken en ontmoetingsplaatsen wordt opgetreden. We staan voor een integrale aanpak met verschillende disciplines.

 

Bestuur

  • Duidelijkheid, kwaliteit en een korte doorlooptijd staan centraal in onze serviceverlening.
  • Klachten en meldingen van inwoners worden door de gemeentelijke organisatie snel en doeltreffend afgehandeld.
  • Participatie van de inwoners bij gemeentelijke projecten staat hoog in het vaandel.
  • Eén loket gedachte is het uitgangspunt bij de gemeentelijke dienstverlening.
  • Het servicepunt in Eijsden blijft.
  • Het gemeentelijke digitale dienstenaanbod wordt verder uitgebreid. Een duidelijke en goede communicatie is hierbij van belang.
  • Het CDA maakt zich sterk voor het afschaffen van overbodige regelgeving, voor verkorting van procedures, het verminderen van vergunningen en het verkorten van doorlooptijden binnen de gemeente. Wanneer het helder is wat het probleem is, hoeven adviserende organen er niet meer aan te pas te komen. Procedures worden korter waar dat effectief is en zorgvuldig blijft. Bij het formuleren van nieuw beleid staat deregulering voorop.
  • Een optimale digitale snelweg om onze inwoners van dienst te zijn.
  • Een goede samenwerking met de buurgemeenten staat voorop. Het CDA is voorstander van strategisch overleg en afstemming tussen de actoren in Maastricht en het Heuvelland. Het CDA kiest voor een minder vrijblijvende samenwerking met de gemeente Gulpen-Wittem.

 

Financiën

  • We zijn een financieel gezonde gemeente met een meerjarig solide financieel beleid.
  • De gemeentelijke belastingen stijgen niet hoger dan de inflatie. De OZB-opbrengst (exclusief inflatie) blijft gelijk. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing is kostendekkend.

 

 

 

4                   Ruimte om te wonen

 

Eijsden-Margraten is aan het veranderen van karakter, van functies, van aanzien. Dat heeft gevolgen voor de ruimtelijke ontwikkelingen in onze gemeente, zoals onder meer tot uiting komt in het grondgebruik, het landschap en de bebouwde omgeving. In het bijzonder de bebouwde omgeving heeft grote invloed op het leefklimaat in onze gemeente, waarbij het niet alleen gaat om de bebouwing zelf, maar ook om de inrichting, de inbedding in het groen en de vormgeving van het stratenpatroon.

 

4.1            Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

De ontwikkelingen in de landbouw vragen om een ruimtelijke ordeningsbeleid met minder regelgeving en om omgevingsplannen waarin meer ruimte wordt gegeven aan nieuwe economische dragers in onze gemeente. Er zullen meer mogelijkheden moeten worden geboden voor verbreding van landbouwactiviteiten en voor een andere invulling van de ruimte die de sector achterlaat.

De vergrijzing van de bevolking leidt tot een toenemende vraag naar voor ouderen geschikte woningen en naar meer op deze ouderen gerichte, goed bereikbare en toegankelijke voorzieningen. De daling van het aantal inwoners wordt voor een deel veroorzaakt door het vertrek van jongeren naar elders, vooral door een tekort aan voor deze jongeren betaalbare woningen. In het woningbouwbeleid zal daarom in de komende tijd hoge prioriteit moeten worden gegeven aan het oplossen van deze knelpunten.

Het CDA hecht eraan te benadrukken dat alle nieuwe ontwikkelingen met ruimtelijke gevolgen zorgvuldig moeten worden overwogen: hoe kunnen deze verantwoord worden ingepast, zonder dat het karakter van de locatie geweld wordt aangedaan. In ieder geval moet als uitgangspunt blijven gelden, dat zorgvuldig wordt omgegaan met ons waardevolle landschap en cultuurgoed.

De afgelopen jaren is door beleidsmakers aangegeven dat er veel agrarische bebouwing en complexen in de dorpen en in het buitengebied komen leeg te staan. Tot op heden is dat spookbeeld niet opgedoemd en het is de vraag of we de kkomende periode te maken krijgen met leegstand en in hoeverre dit uberhaupt een probleem wordt. Op korte termijn vormt eventuele leegstand geen probleem voor de gemeente of het aanzien ervan, wel moeten we voorbereid zijn. Het CDA is bereid om bij wijze van experiment een aantal leegstaande boerderijen of panden te verwerven om er woonappartementen voor jong en oud van te maken.

 

Acties

  • Vooral in de kleinere dorpskernen is een grote behoefte aan woonruimte. Jongeren en doorstromers zijn gedwongen hun dorp te verlaten omdat er een tekort aan woningen zijn. Het CDA gaat in alle kleine kerkdorpen minstens 10 nieuwe woningen realiseren.
  • Ouderen met een eigen woning willen doorstromen naar een kleinere woning of een appartement, maar de mogelijkheden daartoe in eigen gemeente zijn beperkt. Het CDA gaat ervoor zorgen dat deze doorstroming verwezenlijkt wordt.
  • De gemeente zet daar waar nodig een actief grondbeleid c.q.  onroerend goed beleid in en faciliteert private ontwikkelingen waar mogelijk.
  • De gemeente zorgt er voor dat openbare voorzieningen in de gemeente toegankelijk zijn voor ouderen. Het is gewenst subsidies te verstrekken voor projecten die de toegankelijkheid van openbare gebouwen, recreatie- en sportvoorzieningen, alsmede de openbare ruimte voor ouderen en gehandicapten vergroten.
  • De gemeente moet, volgens het CDA, ook zorgdragen voor een kindvriendelijke woonomgeving. Het creëren van speelveldjes voor kinderen in woonbuurten levert daartoe een bijdrage.
  • In het ruimtelijk ordeningsbeleid dienen de voorwaarden te worden geschapen voor een functioneel grondgebruik in het buitengebied.
  • In het kader van nieuwe wetgeving zullen omgevingsplannen  worden opgesteld ter vervanging van bestemmingsplannen. Het opstellen van een uniforme, transparant en flexibel omgevingsplan voor alle kernen en het buitengebied van onze gemeente.  Hij herziening van omgevingsplannen of bij andere plannen die van invloed zijn op de leefomgeving van burgers, vragen we de inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium om hun mening en ideeën. Voor de realisering van nieuwe plannen overwegen we nadrukkelijk de mogelijkheden tot een publieke en private samenwerking.

 

4.2            Wonen: meer woonruimte

Vooral de laatste zes jaren heeft de overheid een zeer conservatief woningbeleid doorgevoerd dat heeft geresulteerd in de Provinciale verordening Wonen Zuid-Limburg waarmee uitbreidingsmogelijkheden voor nieuwe woningen vrijwel uitgesloten is. De praktijk heeft de theorie inmiddels achterhaald. In de grote dorpskernen Eijsden en Margraten zijn voldoende mogelijkheden om te wonen en te bouwen, maar vooral in de kleinere dorpskernen die geen bestemmingsplanmogelijkheden kennen voor inbreiding of uitbreiding is het probleem nijpend. Een hele generatie jongeren is gedwongen om het dorp te verlaten waarin ze zijn opgegroeid en graag een toekomst wilden opbouwen. Er was en is simpelweg geen woonruimte beschikbaar. Het CDA gaat dat veranderen. De komende periode worden er in de dorpskernen die geen in- of uitbreidingsmogelijkheden hebben, bestemmingsplannen ontwikkeld die minimaal ruimte bieden aan 15 wooneenheden per dorpskern.

Het CDA wil benadrukken dat het bij het volkshuisvestingsbeleid ook in de toekomst nooit zal mogen gaan om ongebreidelde uitbreidingen, maar om nieuwbouw in overeenstemming met het karakter van onze gemeente en met de ambitie om de dorpen in onze gemeente leefbaar te houden. Daarbij zal er acht op moeten worden geslagen, dat de woningvoorraad aansluit op de wensen van de inwoners nu en in de toekomst. Om deze taak tot huisvesting van de inwoners naar behoren te kunnen vervullen, is het CDA voorstander van een intensief overleg met de gemeentebesturen van Maastricht en van de overige gemeenten in het Heuvelland.

Voorgaande vindt nog versterkt plaats in de kleinere woonkernen, aangezien de leefbaarheid daar verder afneemt door het verlies van winkels, scholen en openbaar vervoer. Wettelijk en/of economisch zijn deze ontwikkelingen veelal niet te voorkomen. De aantrekkingskracht van kleinere kernen zal met name ingevuld moeten worden met geheel nieuwe ideeën en moderne ontwikkelingen. Zo kan het verlies van winkels deels opgevangen worden door kopen via internet en het verlies van scholen door een geavanceerd vervoerbeleid, waarbij de gemeente zelf de lead moet nemen.

In vrijkomende (agrarische)gebouwen en stallen wil het CDA woonvormen mogelijk maken en woonruimte creëren door woningsplitsing. Naast de woningbouw voor starters en jonge gezinnen is de woningbehoefte van het snel groeiend aantal ouderen in onze gemeente voor het CDA een ander zwaarwegend punt. Indien ouderen willen blijven wonen in hun eigen woning, zal dit voor de benodigde aanpassingen deels gefaciliteerd moeten (blijven) worden door de gemeente. Daarentegen zijn er ook ouderen die graag hun woning willen verlaten voor kleinschaliger wonen. Indien hieraan tegemoet wordt gekomen, komen bestaande woningen vrij voor de jongere generatie. Desalniettemin vraagt de jongere generatie ook naar nieuwbouw. Indien de jongere generatie geen mogelijkheid krijgt om een gepaste woning in onze gemeente te vinden, leidt dit tot vertrek van deze generatie en zal de leefbaarheid aangetast worden, omdat dit ook gevolgen heeft op het gebied van sport, cultuur en recreatie. Voorgaande beschouwing impliceert, dat toch geopteerd moet worden voor een beperkte uitbreiding van het aantal woningen. Een lokale woonvisie die momenteel ontwikkeld wordt, zal aantal en aard van de woningen moeten onderbouwen.

 

Acties

 

  • De komende raadsperiode worden er in de dorpskernen die geen in- of uitbreidingsmogelijkheden hebben, bestemmingsplannen ontwikkeld die minimaal ruimte bieden aan 15 wooneenheden per dorpskern.
  • Het CDA acht het voor de leefbaarheid in de dorpen van groot belang dat in elke dorpskern van de gemeente Eijsden-Margraten voldoende betaalbare mogelijkheden zijn om enerzijds jongeren en jonge gezinnen en anderzijds senioren te laten wonen in hun eigen omgeving.
  • Alle kerkdorpen krijgen niet alleen (in beperkte mate) de mogelijkheid om nieuwe woningen te bouwen, maar ook om bestaande complexen die hun functie verloren hebben (vooral agrarische bedrijven) geschikt te maken voor bewoning.
  • Bij nieuwbouw of renovatie van woningen is meer aandacht nodig voor levensloopbestendig en energie neutrale woningen, maar ook voor aanpasbaar bouwen om op termijn rekening te kunnen houden met specifieke woonbehoeften van ouderen en minder validen waarbij sprake is van specifieke zorg.
  • Een uitbreiding van het aantal zorgwoningen, afstemt op de toename van het aantal ouderen dat straks zorg behoeft. Uitgangspunt moet zijn dat de ouderen zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in hun eigen omgeving.
  • Experimenteer met vernieuwde woonvormen, waarbij arbeid, wonen en zorg worden gecombineerd.

 

 

 

5                   Een hoogwaardige leefomgeving

 

5.1            Het renderende landschap

Meer dan 80% van Eijsden-Margraten is buitengebied dat gekenmerkt wordt door een afwisselend cultuurlandschap met water, hellingbossen en uitgestrekte akkers en weilanden met prachtige vergezichten. Het hoogwaardige landschap is het basiskapitaal van Eijsden-Margraten. Dit landschap maakt onderdeel uit van het Mergelland of Heuvelland dat uniek is in Nederland en de Euregio. Wandelend door een dal met zacht glooiende hellingen, fietsend langs de Maas of over een indrukwekkend open plateau. Een samenspel tussen het Maasdal, de bebosde hellingen en open ruimtes op de hoog gelegen delen van de gemeente.

Het karakteristieke landschap wordt niet alleen omarmd door de inwoners, maar werkt uitnodigend op de omgeving. Het zorgt ervoor dat mensen hier graag willen komen wonen, verblijven en recreëren. De aantrekkelijkheid van een plattlandsgemeente als Eijsden-Margraten om te wonen en te leven wordt voor een belangrijk deel bepaald door de aantrekkelijkheid van het landschap.

Het CDA vind het van belang om regie op dit proces te voeren, waarbij we het karakteristieke landschap willen behouden en ons laten leiden door rentmeesterschap. We hebben de plicht om het unieke landschappelijke karakter en uitstraling te koesteren en te beheren om het ongeschonden te kunnen doorgeven aan een nieuwe generatie.  Nog steeds is de uitdaging om een goede balans te vinden tussen landbouw, natuur en recreatie. Verreweg het grootste areaal van de grond in het buitengebied is bestemd en in eigendom van de landbouw, een sector die op dit moment in beweging is en een transitie doormaakt die gevolgen heeft voor de inrichting van het lanschap. Daarbij dienen zich initiatieven aan waarmee we nog niet eerder werden geconfronteerd, maar het al dan niet facilitairen van deze nieuwe ontwikkelingen bepalen voor altijd het uiterlijk van Eijsden-Margraten.

Het CDA kiest en koerst voor het duurzame model van het renderende landschap. Een aantrekkelijk landschap maakt de dagelijkse leefomgeving prettiger en gezonder en verbetert het investeringsklimaat, in het bijzonder voor de vrijetijdseconomie. De uitdaging is om ontwikkelingen in het buitengebied toe te staan die bijdragen aan een duurzaam renderend landschap. In een renderend landschap wordt het landschap onderhouden uit de revenuen van het land zelf. De opbrengst van het land vloeit terug naar het landschap zelf en voorziet de beheerder van levensonderhoud volgens de principes van een duurzaam economisch model. In het renderend landschap tasten de bedrijfsactiviteiten het landschap niet aan, maar bevorderen zij juist de uitstraling ervan en wordt het landschap duurzaam onderhouden. Het landschap en de landbouwer worden er beter van, dus ook de landbewoners.

 

Een goed voorbeeld hiervan is de zogenaamde herenboerderij die gerund wordt door een boer in dienst van een coöperatie bestaande uit gezinnen die voedsel afnemen van de opbrengsten van het land, maar desgewenst ook actief kunnen participeren in het werk op de boerderij en het land.

Een non-voorbeeld is het bedrijfsmodel gericht op de aanleg van zonnepanelenvelden. Een model dat welliswaar hoge financiele opbrengsten (quick-winst) genereert, maar die vloeien niet terug naar de velden en het land zelf of het duurzaam beheer van het land. Het brengt het aanzien van het landschap ernstige schade toe en is daarmee een directe aantasting en aanval op het gouden basiskapitaal, niet alleen van Eijsden-Margraten, maar van het hele Heuvelland. Het CDA is daarom geen voorstander van zonnepaneelvelden in het buitengebied op percelen met een agrarische of landschappelijke bestemming.

Voor de leefbaarheid in de gemeente Eijsden-Margraten is het wezenlijk, dat er voldoende aantrekkelijke ruimte is om te recreëren. Natuurgebieden hebben hierbij een belangrijke functie. Het beleid voor natuur en landschap zal zich niet moeten beperken tot de zorg voor het verleden, en de zorg voor het bestaande, maar zal ook moeten zorgen voor morgen door vernieuwing.

In het buitengebied vormen landbouw, natuur en recreatie de hoofdfuncties. Een goede samenhang tussen de agrarische sector en het behoud van natuurwaarden is belangrijk. De ontwikkelingen op het gebied van landbouw en van recreatie moeten er volgens het CDA daarom op gericht worden, dat een evenwicht ontstaat waarbij een duurzame, concurrerende agrarische sector, natuur, recreatie en nieuwe, passende economische bedrijvigheid in onderlinge samenwerking ten volle tot hun recht komen. Het CDA is van mening dat een agrariër niet alleen voedsel produceert, maar ook landschap, en wel bijzonder gewaardeerd landschap.

Het landschap is volop in beweging. In de komende decennia zal een groot deel van de ruimte van het buitengebied van functie veranderen, en dus ook van uiterlijk. De aanwezige kwaliteiten zijn vastgelegd in het landschapsontwikkelingsplan dat voor een belangrijk deel sturing geeft aan toekomstige ontwikkelingen.

Het buitengebied kent een veelzijdigheid aan graften, poelen, fruitboomgaarden en andere kleine landschapselementen. Deze afwisseling is voor de beleving, maar ook voor de planten en dieren van belang. Rust en stilte moeten bijdragen aan het volop beleven van landschap en natuur. Maar niet op een ingeslapen manier: de omgeving moet boeiend en bloeiend zijn met opvallend groen. Karakteristieke wegkruisen, monumentale boerderijen, pittoreske kapelletjes, oude bomen, holle wegen, verborgen groeven en markante grensstenen: het landschap van Eijsden-Margraten is rijk aan cultuurhistorie. Goed onderhoud van dit erfgoed is heel belangrijk, evenals de toegankelijkheid ervan voor bewoners en recreanten. Ze mogen opgemerkt worden en meer zijn dan zomaar een element in het landschap. Wat we ons vaak niet realiseren is dat de wegen langs de markante boerderijen, wegkruisen of oude bomen veelal nog ouder zijn dan de objecten die eraan bevestigd zijn. Veel wegen in de gemeente zijn al vanaf de Romeinse tijd in gebruik. Over het grondgebied van de gemeente loopt de trambaanroute van Maastricht naar Aken en de Romeinse weg van Maastricht via Limburg aan de Vesdre naar Trier. Het is landschappelijk en toeristisch interessant om deze routes weer leesbaar te maken in het landschap.

 

Acties

  • Het CDA vindt dat de gemeente uitvoering moet geven aan de ambities van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg om te komen tot een versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten en de vergroting van de mogelijkheden tot recreatie.
  • In dat kader geeft de gemeente Eijsden-Margraten uitvoering aan het Landschapsontwikkelingsplan enerzijds als toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen en anderzijds als leidraad voor de uitvoering van plannen in het buitengebied.
  • Het herstellen van waardevolle en historische elementen en het toegankelijk maken van landschap, watersysteem en geologische objecten. Concreet gaat om het opwaarderen en toegankelijk maken van kapellen en kruisen, kalk- en vuursteengroeves, archeologische objecten en (wandel)routes voorzien van uitleg over de historie en geologie van het landschap.
  • We willen de beplanting zoals hoogstamboomgaarden aan de rand van de dorpskernen behouden en waar nodig en wenselijk aanplanten. Bomen en struwelen versterken de dorpsranden. Door het aanplanten van een enkele boom of een bomenrij wordt de uitgestrektheid van de plateaus doorbroken, bijvoorbeeld langs holle wegen, bij wegkruisen of bij recreatieve start- en rustpunten.

 

Het CDA acht het van groot belang dat de bedreigingen voor het buitengebied zo veel mogelijk worden afgewend en de kansen worden benut. Daarom blijft het CDA zich sterk maken voor een vitaal buitengebied, met een aantrekkelijk landschap en met een bereikbaar en toegankelijk voorzieningenniveau, dat aansluit bij de behoefte van de bewoners in de kleine kernen. Een aantrekkelijk landschap in een vitaal buitengebied is een noodzaak voor de inwoners die hier hun bestaan vinden, maar ook een vereiste voor de verdere ontwikkeling van toerisme en recreatie en voorts vanwege de ecologische betekenis.

Het verdwijnen van agrarische bedrijven en de schaalvergroting van de overblijvende bedrijven, zullen enerzijds leiden tot een meer eenzijdige inrichting van het landschap en anderzijds tot het uit productie nemen van landbouwgrond die daarmee onbeheerd blijft. De gemeente Eijsden-Margraten waarvan het grondgebied voor ruim 80% uit buitengebied bestaat, kan dit probleem niet negeren.

Zowel de aantrekkelijkheid van het landschap in het buitengebied als de vitaliteit van het buitengebied zijn, naar de overtuiging van het CDA, het meest gebaat bij een functioneel grondgebruik.

Om een vitaal buitengebied te kunnen realiseren, is het volgende nodig:

  • Ruimte voor vernieuwing en verbreding van de agrarische productie en voor de ontwikkeling van duurzame nieuwe economische activiteiten, die passen bij het karakter van de omgeving.
  • In het kader van de herstructurering van het platteland is een verruiming van de bestemmingsmogelijkheden voor vrijkomende agrarische gebouwen noodzakelijk, mits de bestemming en de activiteiten duurzaam zijn en passen bij het karakter van de omgeving.
  • Een uitbreiding van die toeristisch-recreatieve activiteiten die passen in een geïntegreerd toeristisch aanbod van hoge kwaliteit, dat zich over de gemeente- en landsgrenzen heen uitstrekt.
  • Om de kwaliteit van het Zuid-Limburgse landschap te borgen, moet er sprake zijn van een functioneel gebruik van de grond en een goed beheer van het buitengebied. Een productief gebruik van de grond noodzaakt een gezonde agrarische sector met een dynamische bedrijfsvoering en dat vraagt om een dynamisch en sterk voorwaardenscheppend agrarische beleid.

 

5.2            Openbare ruimte

5.2.1         Goed verzorgde dorpen en openbaar groen

De gemeente dient te zorgen voor goed onderhoud van de publieke ruimte, wegen, pleinen en openbaar groen. Binnen elk dorp dienen er voldoende plekken en/of gebouwen te zijn, die uitnodigen tot ontmoetingen. Deze plekken en/of gebouwen,  maar ook beschermde dorpsgebieden en beeldbepalende locaties krijgen in het onderhoud extra aandacht. Belangrijk is ook dat het onderhoud van  trottoirs , wegbermen en van openbaar groen (binnen en buiten de bebouwde kom) wordt verbeterd.

Bij de (her)inrichting van straten en pleinen dient er aandacht te zijn voor het gebruik van duurzame voorzieningen en voor de vraag of het onderhoud goed kan worden uitgevoerd. De gemeente houdt rekening met de wensen van kinderen, ouderen en gehandicapten. In een kinderrijke buurt moet voldoende ruimte zijn voor spelende kinderen.

Het CDA vindt het nodig dat de gemeente de algemene onderhoudsnorm regelmatig opnieuw bekijkt en waar nodig bijstelt. Verloedering en vervuiling moeten worden tegengegaan. Woningbouwcorporaties, particuliere verhuurders en particuliere woningbezitters worden aangesproken op wanbeheer in de openbare ruimte. De gemeente deelt bestuurlijke boetes uit aan moedwillige vervuilers in de openbare ruimte.

In de dorpen dient voldoende ruimte te blijven voor groenvoorzieningen. Dit groen moet goed onderhouden worden, op peil worden gehouden en waar mogelijk worden uitgebreid. Verloedering en vervuiling moeten worden voorkomen. Het is van belang om bewoners te betrekken bij onderhoud van groen in hun woonomgeving. Bij planning en onderhoud van de groenvoorzieningen vormt de sociale veiligheid een vast onderdeel.

De gemeente voert een integraal parkeerbeleid uit, dat rekening houdt met de behoeften en wensen van de inwoners en het landschap. In elk geval moet er voldoende parkeerruimte zijn bij publieke ruimten als winkelgebieden, bestuurscentrum, en gemeenschapshuizen en sportvoorzieningen. Uiteraard staat bij ons nog steeds ‘het gratis parkeren’ hoog in het vaandel.

Bij nieuwbouwplannen houdt de gemeente en andere betrokkenen (projectontwikkelaars), rekening met de behoefte aan parkeerruimte voor auto’s (én fietsen). Parkeren op eigen terrein is uitgangspunt.

 

Acties

  • De gemeente bevordert dat in de uitvoering van de provinciale Vervoersvisie prioriteit wordt gegeven aan een verbetering van het openbaar streekvervoer met name in de kleinere kernen. De belangen van gehandicapten, ouderen en schoolgaande jeugd verdienen daarbij extra aandacht, evenals de noodzaak van het bevorderen van toerisme en recreatie.
  • Het ‘vervoer op maat’ in de vorm van een collectief vraagafhankelijk vervoersysteem (CVV) moet in stand worden gehouden. Samen met andere gemeenten in het Heuvelland en met de provincie zal de gemeente moeten bezien hoe het CVV ‘zich in de toekomst het beste verder kan ontwikkelen. Waar nodig, voor locaties waar het regulier openbaar vervoer verdwijnt, zal moeten worden bezien, op welke wijze het CVV de mobiliteit van diegene die zijn aangewezen op openbaar vervoer kan verzekeren.
  • De gemeente stelt middelen ter beschikking aan o.a. basisscholen voor de voortgaande realisering van het Verkeersveiligheidsplan. De middelen zijn bestemd voor op de praktijk gerichte educatieve voorlichtingsprogramma’s. De reconstructie en renovatie van wegen wordt voortgezet.
  • De gemeente houdt daarbij rekening met de wensen en behoeften van kinderen, ouderen en gehandicapten.
  • De gemeente realiseert adequate parkeerplaatsen afgestemd op de behoefte en wensen van de inwoners. In beginsel beschikt elke kern over een parkeerplaats.
  • Gratis parkeren in de kernen blijft het uitgangspunt.

 

5.2.2         Wateropgaven

Het CDA is van mening dat de gemeente in samenwerking met het betrokken waterschap en eventueel de provincie en private partijen moet zoeken naar oplossingen voor problemen die zich op het gebied van water in onze gemeente voordoen. Het CDA onderschrijft hierbij de trits ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. De verwachte stijging van de Maas in de komende decennia heeft extra aandacht. Hierbij wordt in het bijzonder ingezet op het aanpassen van het waterlandschap en pas in een latere fase op het aanpassen of realiseren van dijken. Tevens wordt in dat kader ook een koppeling gelegd met het verder uitbouwen van de recreatiemogelijkheden respectievelijk het toerisme.

Waterbeleid vergt ook een inspanning in het bebouwde gebied. Dit betekent daar waar dit nog niet is uitgevoerd een ontkoppeling van regenwater en riool.

Op verschillende plaatsen, zowel in het buitengebied als in de dorpen, vindt bij stortbuien regelmatig wateroverlast plaats. De gemeente en het waterschap staan voor de opgave om oplossingen aan te dragen die deze overlast tot een minimum beperken.

Ook voor de kwaliteit van het oppervlaktewater is de gemeente mede verantwoordelijk, waarbij zij samenwerkt met het waterschap. Een goed rioleringsplan (onderhoud en vervanging) is noodzakelijk. De kosten hiervan zullen door de vervuilers moeten worden gedragen. Voor het nog niet aangesloten buitengebied zoekt de gemeente naar goede alternatieven voor riolering. Hierbij let zij op de relatie tussen de hoogte van de investering en het te behalen milieurendement. Voor kwetsbare gebieden wordt een adequaat plan van aanpak opgesteld.

 

Acties

  • De op sommige plaatsen in onze gemeente regelmatig optredende wateroverlast dient, in samenspraak met het waterschap, tot een minimum te worden teruggebracht. Mogelijke oplossingen bestaan uit het aanbrengen van waterbuffers en infiltratiegebieden.
  • Bij nieuwe ontwikkelingen kiezen we er primair voor om het water ‘vast te houden’ op het   eigen perceel, in de omgeving of in de openbare ruimte.

 

5.3            Woon en leefmilieu

Het is het CDA veel waard om zowel jongeren, jonge gezinnen als ouderen in de gemeente te behouden. Het eerste wat daarom moet worden bereikt, is het in stand houden van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de kerkdorpen van Eijsden-Margraten. Maar het CDA ziet het ook als een opgave ervoor te zorgen dat de sterk groeiende groep oudere inwoners in onze gemeente aangenaam kan blijven wonen en dat het leefklimaat bijdraagt tot een goede kwaliteit van hun leven. Om deze beide hoofdopgaven te kunnen realiseren, zullen in het beleid de volgende resultaten moeten worden geboekt:

  • In alle dorpen van de gemeente voldoende betaalbare en aantrekkelijke woningen voor jongeren, jonge gezinnen en voor ouderen.
  • Behoud van agrarische bedrijven met toekomstperspectief en uitbouw van toeristisch-recreatieve en andere bedrijven, die bijdragen tot de dynamiek van de samenleving en tot een groter draagvlak voor door de gemeente te realiseren maatschappelijke voorzieningen.
  • Kwalitatief goed onderwijs met adequate voorzieningen in goed uitgeruste gebouwen, die voor alle inwoners goed bereikbaar zijn.
  • Op de behoeften van jongeren in de dorpen afgestemde mogelijkheden voor recreatie en ontspanning.
  • Goed bereikbare sociale en gezondheidsvoorzieningen (huisartsenzorg, tandarts, fysiotherapie), voor zowel jongeren als ouderen, zodat deze niet in een fysiek en sociaal isolement geraken of gedwongen worden te verhuizen.
  • Professionele ondersteuning van mantelzorgers en  het stimuleren  van vrijwilligers voor de hulp aan ouderen (met name 70-plussers).
  • Een sociale infrastructuur die bijdraagt tot het voorkomen van eenzaamheid en isolement van ouderen. Hierbij gaat het om het stimuleren van verenigingen die openstaan voor ouderen en vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor de zorg van ouderen, ontmoetingsplaatsen voor (zieke) ouderen helpen opzetten. Het streven is een huiskamer voor ouderen in alle dorpen.
  • Voor ouderen toegankelijke openbaar vervoersvoorzieningen en mede op de behoeften van ouderen afgestemde belbus (omnibus).

 

 

5.4            Cultureel Erfgoed

Als we het hebben over het cultureel erfgoed, dan maken we onderscheid tussen het materieel en het immaterieel erfgoed. Met het materieel erfgoed verstaan we monumenten, vakwerkbouw, archeologie en het cultuurhistorische landschap gevormd door holle wegen, heggen, graften en poelen en versiert met zijn vele veldkruisen. Bij het immateriële erfgoed gaat het om het niet tastbare erfgoed zoals de tradities als het den-halen door de jonhheid en de tradities rondom de bronk, maar ook de eigen Limburgse streektaal die onder druk staat.

Aan het cultureel erfgoed ontleent de gemeenschap haar identiteit. Het biedt eveneens de mogelijkheid om er als inwoner een eigen identiteit aan te ontlenen. Het draagt bij aan de sociale structuur en het welbevinden van onze inwoners. Het culturele erfgoed schept een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, waar mensen en ondernemers zich graag vestigen en thuis voelen. Het verstevigt de sociale cohesie in een gemeenschap; het is wat mensen met elkaar bindt. Het rijke culturele erfgoed in onze gemeente kenmerkt ons en bepaalt voor een deel wie we zijn, wat we doen en hoe we denken.

Door de culturele identiteit prominenter in beeld te brengen en te benadrukken wordt de identiteit en het karakter van deze gemeente versterkt. Zowel het materieel als het immaterieel erfgoed biedt een basis waaraan deze identiteit ontleend kan worden, waarin men zich herkent. We dragen het verhaal uit van ons erfgoed en faciliteren en ondersteunen het voortbestaan.

Erfgoed loopt als een rode draad door verschillende beleidsterreinen heen. Er zijn veel verbindingen mogelijk met onder andere recreatie, ruimtelijke ordening, landschap en kunst. Het erfgoedbeleid richt zich op het behouden van het cultureel erfgoed en het in al zijn rijkdom doorgeven en overdragen op de volgende generatie. Dat doen we door te investeren in het cultureel erfgoed om het te behouden en om het zichbaar te maken door de verhalen erachter te vertellen, dat we in deze tijd ‘storytelling’ noemen.

Daarbij zoeken we de samenwerking op met de buren: andere gemeenten (ook over de grens), provincie en rijk door bijvoorbeeld aan te sluiten bij themadagen zoals de landelijke Open Monumentendag en bij het ontwikkelen van recreatieve routes zoals een kastelenroute en een molenroute, maasroute. De gemeente neemt de rol op zich van beschermer en behouder, die faciliteert en stimuleert. We willen niet dat onze gemeente een openlucht museum is, maar een plek waar binnen het cultureel erfgoed opgemerkt en gekoesterd wordt en als inspiratie dient in het dagelijks leven.

 

5.4.1         Materieel erfgoed

Eijsden-Margraten is met haar 395 Rijksmonumenten de tweede monumentengemeente van Limburg. Het grootste gedeelte bestaat uit boerenhoeves, maar ook kerken, kloosters, kastelen en (water)molens. Ook kleinere cultuurhistorisch waardevolle elementen zoals putten, kapellen en kruizen zijn aangewezen als rijksmonument. Daarnaast telt Eijsden-Margraten vijf beschermde dorpsgezichten: die van Eijsden, Sint Geertruid/Moerslag/Bruisterbosch, Gasthuis, Noorbeek en Mheer.

Ter illustratie een greep uit de rijkdom van het tastbare erfgoed dat onze gemeente herbergt. De mergelgroeve ’t Rooth is de enige kalkoven van Nederland die opgetrokken is uit mergel. De Tienhovenmolen in Wolfshuis is de enige Nederlandse molen die vrijwel geheel uit mergel is opgebouwd. Onze gemeente telt maar liefst zes kastelen en buitenplaatsen. Kasteel Eijsden staat in de top 100 van Nederlandse monumenten. De Sint Pancratiuskerk in Mesch is een van de oudste kerken van Nederland. De Sint Lambertuskerk in Mheer, het meisjespensionaat van de Misericordezusters in Cadier en Keer en de voorgevel van het Ursulinenconvent in Eijsden zijn ontworpen door de beroemde Limburgse architect Pierre Cuypers.

Uit onderzoek naar de invloeden van monumenten op de omgeving blijkt onder andere dat monumenten zorgen voor waardestijging – niet alleen de prijs van het monument zelf maar ook de woningen in de directe omgeving – , en een aantrekkelijke en inspirerende leefomgeving. In een monumentale woonomgeving liggen de huizenprijzen bijvoorbeeld hoger en is er minder sprake van leegloop en is er meer werkgelegenheid.  Bovendien ontleent lokale bevolking identiteit aan een historische omgeving, en dompelen toeristen zich er graag in onder.

Ook op het gebied van archeologie is Eijsden-Margraten een zeer interessant gebied. De vuursteenmijn van Rijckholt-Sint Geertruid is het oudste industriële monument van Nederland en was in gebruik tussen 4000 en 3000 v.Chr. Deze vindplaats is van Europees belang. Een van de weinige vergelijkbare vuursteenmijnen bij het Belgische Spiennes heeft zelfs de status van Unesco werelderfgoed. Rondom de Kaap van Sint Geertruid en op de Mescherheide liggen relicten verspreid die getuigen van menselijke aanwezigheid sinds de prehistorie. Denk aan de zojuist genoemde vuursteenwinning  en -bewerking, maar de locatie is ook bekend vanwege de vele Neanderthaler vindplaatsen.

Bijzonder is ook het fort van Navagne dat in 1633 door de Spanjaarden werd gebouwd toen die door de Hollanders uit Maastricht werden verdreven. Het fort, dat een omvang van maar liefst 25 ha kende, was de meeste oostelijke fortificatie in de Hollandse-Spaanse fortenlinie van de Tachtigjarige oorlog. Het CDA wil de locatie ontwikkelingen en inrichten tot een landmark waarbij de vestigingwerken zichtbaar beleefd kunnen worden en de natuurwaarden versterkt worden.

 

5.4.2         Immaterieel erfgoed

Eijsden-Margraten mag zich, naast een pracht aan materieel erfgoed, gelukkig prijzen met een immens rijk immaterieel erfgoed en in bijna elke dorpskern actieve heemkundeverenigingen. Denk hierbij aan de tradities rondom de bronk en aan het unieke vruchtbaarheidsfeest van het Den-halen. Buiten deze tradities en rituelen is er ook nog de streektaal en het dialect dat in ieder dorp een eigen authenticiteit heeft. Al deze vormen van cultureel erfgoed zijn bepalend voor het DNA van de gemeente. Ondersteund door een bruisend verenigingsleven waarin harmonieen, fanfares en schutterijen als cultuurdragers een belangrijke bijdrage leveren aan de beleving van het cultureel erfgoed.

Het immateriële erfgoed draagt bij aan de verbondenheid tussen de inwoners onderling. Het verbindt de huidige generatie, maar ook de vorige en de volgende. Ieder dorp kent zijn eigen tradities, gebruiken en dialecten die de sociale cohesie binnen het dorp versterken. Door het immaterieel erfgoed  op de kaart te zetten, komen ook inwoners die nog niet bekend zijn met de plaatstelijke gebruiken op een toegankelijke manier in aanraking met de lokale tradities en gebruiken. Sommige tradities of gebruiken zijn zo bijzonder zijn dat ze actief beschermd kunnen worden door opname op de Nationale inventaris immaterieel erfgoed of de UNESCO wereld erfgoed lijst.

De Limburgse taal behoort tot het immateriële erfgoed van een gemeenschap en bepaalt voor een belangrijk deel de identiteit van een gebied. Toch blijkt het moeilijk om het dialect door te geven aan de volgende generaties. Steeds minder mensen spreken een streektaal of dialect. Als een streektaal eenmaal verdwijnt, dan is die met zijn veelkleurige klanken er voor altijd weg. Het doet ons beseffen hoe kwestbaar een minderheidstaal is, vooral als de Staat stuurt op een actief gebruik van de standaardtaal.

Ook in onze gemeente merken we dat bij kinderen het spreken van de streektaal geen vanzelfsprekendheid is. Limburgs spreken wordt bewust en onbewust ontmoedigd. Kinderen van ouders die beide Limburgs spreken, praten niet als vanzelfsprekend de streektaal thuis aan tafel. Enkele jaren geleden raadde de GGD in Roermond het spreken van Limburgs door jonge kinderen af. En toen staatssecretaris Dekker in de zomer van 2016 voorschreef dat leerkrachten in een peuterspeelzaal over een vaardig taalniveau moesten beschikken, legden onderwijsbestuurders dit uit alsof er alleen nog de Nederlandse standaardtaal gesproken mocht worden. Zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen waarin jonge kinderen ontmoedigd worden om Limburgs te praten.

Dat heeft alles te maken met beeldvorming rondom het spreken van Limburgs. Dat is jammer voor de eigen cultuur maar vooral voor het kind zelf, want het gebruik van het Limburgs is positief voor de ontwikkeling van een kind. Kinderen die van jongs af aan in het Limburgs en in het Nederlands (of andere taalcombinaties) opgroeien, hebben in hun talige en cognitieve ontwikkeling een voorsprong op eentalige kinderen. Die cognitieve voordelen zijn het grootst als een kind van jongs af aan Limburgs  spreekt.

De meertaligheid is een economische, sociale en culturele kracht in een grensgemeente als Eijsden-Margraten. Economisch omdat we door onze meertaligheid makkelijk en direct kunnen communiceren met onze buren, sociaal omdat we ons door meertaligheid makkelijk met hen kunnen verbinden. Het is vooral niet de bedoeling om het spreken van dialect aan iedereen op te leggen. Iedereen spreekt zijn eigen taal. Dialect en de Nederlandse taal bestaan gelijkwaardig naast elkaar. De centrale boodschap is dat meertalig opvoeden goed is voor de taalontwikkeling van het kind.

 

Acties

  • We maken erfgoed meer zichtbaar en beleefbaar door het verhaal te vertellen van de bijzondere rijksmonumenten en beeldbepalende panden, om bewustwording en draagvlak te creeren voor dit bijzondere erfgoed.
  • De gemeente vervult een loketfunctie voor eigenaren van cultureel erfgoed en informeert actief door middel van een nieuwsbrief Cultureel Erfgoed
  • Breng het leegstaand erfgoed in beeld en zet in op behoud van herbestemming van monumenten en beeldbepalende panden.
  • Vertel de verhalen van verborgen archeologische sites en werk samen met lokale archeologen om bewustwording van dit bijzondere erfgoed te bewerkstelligen.
  • Het CDA maakt zich sterk voor het ontwikkelen van een Provinciaal Streektaalbeleid.
  • Er moet een erfgoedzorgplan komen om de tradities rondom de bronk en de cramignon op te stellen voor opname op de nationale inventaris immaterieel erfgoed.

 

 

6                   Werk en inkomen

 

De economische ontwikkelingen in de gemeente Eijsden-Margraten kunnen niet los gezien worden van wat er in de regionale, nationale en internationale omgeving gebeurt. We willen in dat kader het tweetalig onderwijs blijven stimuleren ter bevordering van de economische samenwerking met onze buurlanden. Tweetalig onderwijs is veel meer dan alleen kennis van de taal.

We moeten onder ogen zien dat de landbouw onder druk staat, maar dat de diensten en recreatieve sector steeds meer kansen biedt. Het landschap van de gemeente Eijsden-Margraten in al zijn facetten is haar basiskapitaal: een aantasting hiervan betekent een directe aanval op de economische weerbaarheid van het gebied.

Het hebben van werk en inkomen leidt tot meer welzijn en actief deelnemen in de leefomgeving. Dat kan betaald werk zijn maar ook mantelzorg of vrijwilligerswerk in gezin, in de buurt of in de bredere samenleving. Het CDA stimuleert mensen mee te doen in die samenleving, tot het nemen van  verantwoordelijkheid, en aan de samenleving een bijdrage te leveren. En dat ook als een morele verplichting te beschouwen als het inkomen alleen bestaat uit een uitkering.

 

6.1            Toerisme & Recreatie

Het CDA kiest voor extensief toerisme. We willen een wandel- en fietsgemeente zijn. Dat bekent ook dat de fysieke infrastructuur daartoe op uitgerust moet zijn. Dat is nu niet altijd het geval. Vooral de huidige fietsinfrastructuur schiet te kort, zeker in vergelijking met de Belgische en Duitse buren. Het CDA wil meer ruimte aan de fietser bieden en kiest voor veilige en het liefst vrijliggende verharde fietspaden.

De toeristisch-recreatieve sector in de gemeente Eijsden-Margraten kent vooral kleinschalige bedrijven. Dat is hun charme, maar tegelijkertijd ook hun kwetsbaarheid. Belangrijk is dat de toeristische ondernemers in onze gemeente de charme van hun kleinschaligheid uitbuiten, door een op de specifieke behoeften van de gasten gerichte dienstverlening van hoge kwaliteit. Behalve door kwaliteit zal de toeristische sector in onze gemeente gekenmerkt moeten worden door duurzaamheid en door het extensieve karakter.

Voor de toekomst van het toerisme en recreatie in Eijsden-Margraten vindt het CDA belangrijk, als vooral jonge ondernemers de kansen die er liggen voor toerisme en recreatie oppakken. Jonge ondernemende mensen uit onze eigen gemeente, maar ook ondernemers van buiten, zullen daarom moeten worden gestimuleerd hieraan bij te dragen.

Een onmisbare voorwaarde om tot de vereiste vernieuwingen in toerisme en recreatie te komen, is dat ondernemers in onze gemeente doelgericht samenwerken met ondernemers, zowel in het Heuvelland als ook in de Voerstreek. Gezamenlijk zullen zij de regio als één toeristisch product moeten promoten. Zij zullen ook gezamenlijk voor één en dezelfde doelgroep moeten kiezen, om versnippering van het aanbod te voorkomen. In hun bedrijfsvoering zullen zij tot afspraken moeten komen over gezamenlijk arrangementen en over samen te ontwikkelen kwaliteitsstandaarden. Ook seizoensverlengende activiteiten zullen gezamenlijk moeten worden aangepakt. Het ontwikkelen en promoten van bijvoorbeeld kasteel- en cultuurroutes en het organiseren van evenementen, zijn voorbeelden van activiteiten die gezamenlijk kunnen worden opgepakt.

Wat betreft de samenwerking met de Voerstreek, kan worden ingehaakt op het plan van de provincie om het grensoverschrijdend toeristisch aanbod meer te koppelen. Onmisbaar voor een kwalitatief hoogstaand en duurzaam toerisme is voorts de aandacht voor het beheer en de verdere ontwikkeling van het landschap. De vernieuwingen die zullen moeten worden doorgevoerd zullen niet ten koste van het landschap mogen gaan, omdat dit het ‘basiskapitaal’ is voor toerisme en recreatie. Daarom mag van de ondernemers in deze sector worden gevraagd dat zij ook een bijdrage leveren aan het beheer van het landschap. In het kader van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg kunnen de ambities voor groei en samenwerking van toerisme en recreatie in onze gemeente een extra impuls krijgen. Vooral die zaken die bijdragen aan een sterk toeristisch imago van de streek en die bijdragen aan het in goede staat houden en het toegankelijk maken van de natuurlijke kernkwaliteiten van het product Zuid-Limburg komen in dat kader voor ondersteuning in aanmerking.

Dat de kern Eijsden en Oost-Maarland gelegen zijn aan de Maas biedt bijzondere mogelijkheden op het gebied van waterrecreatie. Vanwege de ligging is hier samenwerking met ondernemers uit Maastricht een mogelijkheid om dit gebied verder tot ontwikkeling te brengen.

De fruitteelt vervult een belangrijke rol in onze gemeente en bepaalt voor een groot deel het beeld van het landschap. In onze gemeente is ook de fruitveiling Zuid-Limburg gevestigd die een regionale rol heeft voor de fruitteelt en export naar het buitenland. Het is voor het CDA een uitdaging om de ‘fruitigste gemeente van Nederland’ tot hèt handelsmerk van de gemeente te maken, ook voor de gasten van buiten Eijsden-Margraten.

Maastricht en het achterliggende landschap worden jaarlijks druk bezocht, waar de lokale economie natuurlijk van profiteert. Maar het is niet alleen Maastricht en zijn groene achterland waar we de focus op moeten vestigen. Het is de stedendriehoek Maastricht-Luik-Aken, met in midden het groene hart, die veel te bieden heeft. Dat stukje Euregio wordt echter nog onvoldoende gepromoot als één gebied. Gelegen in drie verschillende landen hebben de steden drie verschillende gezichten, drie verschillende talen, maar een gezamenlijke cultuurhistorische identiteit. Door een ontwikkeling als de trambaanfietsroute Maasticht-Aken kan het vijfsterrenlandschap met zijn cultuurhistorische dragers beleefd worden en kunnen onze inwoners gemakkelijk een dag in Aken en/of Luik zullen doorbrengen. Andersom zouden we mensen, die in de steden verblijven, kunnen overhalen om naar het groene achterland te gaan. Op die manier ontstaat een toeristische stroom tussen de twee steden, waarvan een economische spin off zou moeten uitgaan. Om de route te ontwikkelen moeten maatregelen ondernomen worden om de route begaanbaar te maken en de route te promoten, zodat hij ook daadwerkelijk begaan wordt en er een economische spin off vanuit gaat. Om de beleving van de route tot een succes te maken, moet de route interessant zijn voor een breed publiek. Daarbij is de informatievoorziening langs de route van belang, zoals de bewegwijzering, bebording en andere informatieverstrekkers.

 

Acties

  • De gemeente zal bij voortduring moeten nagaan hoe zij een voorspoedig functioneren van de toeristische sector in de gemeente kan faciliteren.
  • De gemeente stimuleert dat ondernemers in Eijsden-Margraten en in andere Heuvellandgemeenten zich sterker richten op het samen met elkaar en met ondernemers in de Voerstreek benutten van de hoogwaardige omgevingskwaliteiten van het Heuvelland/ Voerstreek. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan de samenwerking van kleinschalige karaktervolle hotels en logies, met een bijzondere vorm van authenticiteit en gastvrijheid.Als voorbeeld kan gelden  het faciliteren van een hotel in het voormalig kasteel- oost  in Oost-Maarland.
  • Verder ondersteunen we ondernemers in Eijsden-Margraten die zich meer gaan richten op nieuwe behoeften van toeristen; bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidstoerisme. De gemeente ondersteunt daartoe initiatieven om geschikte vrijkomende gebouwen tot zorghotel te ontwikkelen.
  • Essentieel voor de toekomst van toerisme en recreatie in onze gemeente is dat ondernemers de kwaliteit van hun onderneming op peil houden en op onderdelen verder verbeteren. De gemeente ondersteunt projecten, waarbij ondernemers gezamenlijk een kwaliteitsslag maken en/of inspelen op nieuwe behoeften, ook financieel. Ook aan ondernemers van buiten de gemeente Eijsden-Margraten met kansrijke initiatieven geven we de ruimte zich in onze gemeente te vestigen.
  • Aandacht en stimulering voor de verbetering c.q. revitalisering van de bestaande (verouderde) vakantiebungalowparken en campings in onze gemeente.
  • De vuursteenmijnen in het Maasdalterras tussen Sint Geertruid en Gronsveld zijn uniek in Europa en bepalen voor een belangrijk deel de historische identiteit van de gemeente Eijsden-Margraten. Voor het vergroten van de aantrekkelijkheid van het gebied als toeristisch-recreatieve gemeente is het van belang deze objecten een kwalitatief hoogwaardige uitstraling te geven en ze toegankelijk en beleefbaar te maken door ze in verbinding met elkaar te brengen via bestaande of nieuw te vormen recreatieve wandel- en fiets routes.
  • Aan de betrekkingen met de Amerikaanse Erebegraafplaats hecht het CDA grote waarde. De plannen en ontwikkelingen voor een Memorial Center dient krachtig te worden gesteund.
  • Het CDA hecht grote waarde aan de realisatie van het ‘tramfiets-wandelpad Maastricht Vaals’, samen met de  aangrenzende gemeenten en de provincie.
  • Het versterken van de functionele en recreatieve fietspaden infrastructuur evenals de wandelpaden We streven naar de aanleg van een vrijliggend fietspad of fietsstrook tussen Margraten en Sibbe-Valkenburg.
  • Evenals de aanleg van een vrijliggend fietspad van St. Geertruid langs het Savelsbos naar Eijsden. Het aanleggen en het goed onderhouden van de wandelpaden heeft een hoge prioriteit De fiets en wandel infrastructuur  te koppelen aan de wandel- en fietspaden  van de nabuurgemeenten inclusief de Voerstreek.
  • Overleg voeren met de provincie en de Belgische buurgemeenten om het fietspad dat in 2018 wordt aangelegd vanuit Margraten langs de te reconstrueren  N598 naar De Plank, door te trekken naar Aubel. Het faciliteren van een fietshotel in Gronsveld.

 

 

6.2            Landbouw & Fruitteelt

De ontwikkelingen in de agrarische sector worden steeds meer bepaald door het Europese beleid en door ontwikkelingen op de (wereld)markten. Deze ontwikkelingen leveren voor de agrariërs in het Heuvelland meer problemen op dan voor agrarische bedrijven elders in het land, omdat de omstandigheden waaronder onze agrariërs moeten produceren toch al bemoeilijkt worden door het reliëf van het landschap en de gevoeligheid voor erosie, de kwetsbaarheid van het grondwater en de kleinschaligheid van het landschap. Van de bedrijven in het Heuvelland wordt daarom een meer dan evenredige inspanning en veel dynamiek gevraagd om te kunnen blijven concurreren.

Het CDA verwacht van de agrariërs en van de gemeente dat zij zich door deze ontwikkelingen niet laten ontmoedigen. In de eerste plaats zullen de ondernemers zelf zich ervan bewust moeten zijn, dat in de komende jaren, innovatie en bezieling geboden zijn, om de vernieuwingen die nodig zijn te kunnen doorvoeren.

Voor de meeste agrarische ondernemers in onze gemeente ligt de toekomst niet in bulkproducten voor de wereldmarkt. Voor een concurrerende landbouw is het steeds groter worden van bedrijven daarom ook niet het eerst aangewezen middel. Veel meer kansen liggen in producten waaraan de regio en met name de inwoners in de stedelijke omgeving van het Heuvelland, behoefte hebben. De agrarische ondernemers in onze gemeente zullen, samen met de agrariërs in de rest van het Heuvelland en in samenwerking met andere ondernemers in de voedselketen, de uitdaging die hier ligt, moeten oppakken. Dat zullen ze moeten doen, door in te spelen op vraag gerichte productvernieuwing, en door innovatie van de bedrijfsvoering en van de marketing.

De dynamiek en inventiviteit die van de agrarische bedrijven wordt gevraagd, komt niet van de grond als de gemeente en de provincie niet de voorwaarden hiervoor scheppen. Door zich gezamenlijk in te zetten voor vernieuwing van de agrarische sector dragen bedrijven en overheden niet alleen bij aan een gezondere economische basis voor dit gebied, maar ook aan verbetering van de kwaliteit van het landschap. Een functioneel grondgebruik door agrariërs is namelijk, naar de overtuiging van het CDA, een goed middel om kwaliteitsverlies van het landschap in te dammen en kwaliteitsverbeteringen te realiseren. Voorwaarde voor het behoud van de kwaliteit van het landschap is dat de agrariër een voldoende bijdrage levert aan de instandhouding van kleine landschapselementen zoals graften, heggen, bomen, waterpoelen en andere kleinschalige landschapselementen.

Het gaat in de sector vooral om het stimuleren van de melkveehouderij en de fruitteelt. De melkveehouderij is niet alleen een belangrijke economische activiteit, maar tevens van groot belang voor de kwaliteit en vitaliteit van het landschap vanwege het gebruik van grasland. Grasland houdt het Heuvelland groen en de veeteelt zorgt voor een vitaal landschap.

Het voorwaardenscheppend beleid van de gemeente in dynamiek en inventiviteit kunnen niet achter blijven bij wat van de agrarische ondernemers wordt gevraagd. Dit geldt zowel voor de wijze waarop de functionele inrichting van het buitengebied wordt aangepakt, als voor het terugdringen van de soms verstikkende regelgeving en het stimuleren van innovaties in de agrarische sector. Ook verbreding van bedrijfsactiviteiten door agrariërs zal daarbij door de gemeente moeten worden ondersteund en gestimuleerd. Ook stimuleert  het CDA de biologische landbouw in onze gemeente die kwaliteitsproducten  maakt en daarmee de diversiteit in het landschap en milieu  bevorderd.

 

Acties

  • Wij willen initiatieven van agrarische ondernemers, die inspelen op nieuwe behoeften van de consumenten in de regio – gezond en biologisch voedsel en streekgebonden producten – in een pril stadium ondersteunen, evenals initiatieven die zijn gericht op innovatie van de bedrijfsvoering en van de marketing van de nieuwe producten.
  • Een dynamische agrarische bedrijfsvoering vraagt ook om een dynamische overheid. De gemeente zal op een creatieve wijze invulling moeten geven aan een beleid dat bijdraagt tot de vermindering van de problemen waar de agrariërs in het buitengebied tegenaan lopen.
  • In Zuid-Limburg is de fruitteelt een agrarische sector die van belang is. De overheid zal dan wel haar strenge eisen ten aanzien van het ruimtelijk beleid voor een aanzienlijk deel moeten loslaten. Het CDA zal het inpassen van teeltondersteunende voorzieningen als hagelnetten, boogkassen en regenkappen, op verantwoorde locaties, ondersteunen.
  • Ook verbreding van de bedrijfsactiviteiten in de vorm van bijvoorbeeld toeristische activiteiten zoals kamperen bij de boer en boerderijwinkels verdient, volgens het CDA, ondersteuning. Hetzelfde geldt voor combinaties van agrarische bedrijvigheid en zorgbedrijven: bijvoorbeeld een zorgboerderij, kinderopvang op de boerderij, educatiebedrijven en groene diensten.
  • Aan nieuwe ondernemers die zijn gericht op innovatie zal ontwikkelingsruimte moeten worden gegeven, op voorwaarde dat zij tevens de zorg voor het landschap op zich nemen. Ook aan uitbreidingen van bestaande bedrijven, moet de voorwaarde worden gekoppeld van kwaliteitsverbetering van de omgeving.
  • De gemeente Eijsden-Margraten kent een rijke traditie als het gaat om het telen en verhandelen van fruit. In samenwerking met de Coöperatieve fruitveiling Zuid-Limburg te Margraten wordt een bijdrage geleverd om het Mergellandfruit op de kaart te zetten en het kwaliteitsproduct te vermarkten.
  • De gemeente denkt en werkt mee aan functiewijzigingen van agrarische kavels als die functie past binnen het landschappelijke beleid. Een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is te allen tijde een vereiste. De nieuwe kostendrager zal ook een (financiële) bijdrage moeten leveren aan de opwaarderingen van het landschap, ter plekke of elders via het gemeentelijk kwaliteitsfonds
  • De  gemeente stimuleert de melkveehouderij  en stimuleert daarbij ook  het beeld om ‘de grazende koe in de wei’ te behouden.

 

6.3            Arbeidsmarkt

Werk biedt mensen een eigen inkomen, sociale contacten, het gevoel een nuttige bijdrage te leveren aan de samenleving en de mogelijkheid zich te ontplooien. Langdurige werkloosheid is voor veel mensen en zeker ook voor jongeren, een tragedie. Daarom verdienen jongeren prioriteit als het gaat om maatregelen die tot werk leiden.

Voor gezinnen met kinderen is het langdurig aangewezen zijn op de bijstand extra moeilijk, juist ook voor de kinderen. Daarom vindt het CDA dat bij gezinnen met kinderen door de gemeente een extra inspanning moet worden verricht bij het bemiddelen van de ouder(s) naar werk. Het CDA erkent echter ook dat het verzorgen en opvoeden van kinderen een belangrijke taak is, die de mogelijkheden tot sollicitatie beperken. Met name voor alleenstaande ouders kan het moeilijk zijn om zorg en opvoeding van de kinderen te combineren met een fulltime baan. De Wet Werk en Bijstand biedt de mogelijkheid deze groep geheel of gedeeltelijk een ontheffing te geven van de sollicitatieplicht

 

Acties

  • Het CDA wil dat de gemeente de lokale economische bedrijvigheid stimuleert, waardoor het aantal arbeidsplaatsen zal toenemen.
  • Het CDA wil zich inzetten voor een zo groot mogelijke uitstroom uit de bijstand naar werk. De Participatiewet biedt daarvoor veel aanknopingspunten, maar vereist ook, door beperktere budgetten, heldere keuzes.
  • Het CDA wil dat alle jongeren die zich voor een bijstandsuitkering melden, direct actief aan de slag gaan in een gemeentelijk traject. Verder moeten, wat het CDA betreft, alle jongeren met behulp van sollicitatiecursussen, arbeidstrainingen, het opdoen van werkervaring met behoud van uitkering en actieve samenwerking met bedrijven zo snel mogelijk aan regulier werk worden geholpen. Het CDA wil dat de gemeente langdurig werklozen een passende baan aanbiedt zodat deze mensen een normale daginvulling krijgen. In geval van weigering van passend werk vindt korting op de uitkering plaats.

 

6.4            Bedrijvigheid

Een aantal van de grotere bedrijven zijn op het bedrijventerrein Aan de Fremme  of op het bedrijventerrein Zoerbeemden gevestigd. Om de bedrijventerreinen aantrekkelijk te houden moet er voldoende oog voor het beheer en groen zijn.

Binnen de dorpskernen wil het CDA flexibel omgaan met bestaande bedrijfskavels. Een bedrijfsruimte met een agrarische bestemming kan omgezet worden in meerdere zelfstandige appartementsrechten. Maar ook een transitie naar aanverwante bedrijfsactiviteiten als een hoveniersbedrijf moet tot de mogelijkheden behoren. Als voorbeeld kan genoemd worden het oude veiling terrein aan de Rijksweg te Margraten.

Tevens  wordt  door de gemeente faciliteert om snel internet op bedrijventerreinen  aan te leggen Tevens wordt  door de gemeente samen met de gemeente Gulpen-Wittem en Vaals  en de provincie onderzoek gedaan naar draadloos internet in met name het buitengebied.

De detailhandelsbedrijven zijn voor het grootste deel in de dorpskernen gevestigd. Het CDA acht voor de leefbaarheid in de kleine kernen zeer te betreuren, dat de detailhandel langzaam maar zeker verdwijnt. Daarom is het volgens het CDA belangrijk dat zich de detailhandel zo veel mogelijk handhaaft en concentreert; zeker waar het eerste levensbehoeften betreft.

Het CDA is een groot voorstander van een regulier overleg tussen gemeentebestuur en ondernemers(vereniging). Hierin kunnen problemen en knelpunten waar ondernemers op stuiten (bijvoorbeeld waar het gaat om procedures) worden besproken, maar kunnen ook nieuwe kansen worden verkend en mogelijkheden voor de gemeente om daar iets aan bij te dragen. Niet minder belangrijk is dit overleg voor het vormgeven aan de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor de leefomgeving en aan de betrokkenheid van bedrijven bij de gemeenschap.

 

Acties

  • Het CDA acht een verbetering en herstructurering  van de bestaande bedrijventerreinen van belang om de terreinen aantrekkelijk te houden. De gemeente stimuleert de aanleg van de ICT infrastuur.
  • Beide bedrijventerreinen moeten plaats kunnen  bieden aan bestaande bedrijven die binnen de bebouwde kom niet meer kunnen groeien. Dit door herstructurering  en samenwerking met de ondernemers.
  • De gemeente overlegt met de ondernemers op haar grondgebied, hoe zij het functioneren van het bedrijfsleven kan bevorderen.

 

 

6.5            Milieu en duurzaamheid

Het gemeentelijk  milieu en duurzaamheid is gekoppeld aan het Rijksbeleid c.q. provinciaal beleid.

De doelstellingen  van het  nationale en internationale beleid  dienen via een duurzame groeiagenda bereikt  te worden. Een duurzame toekomst vraagt om een forse investering in de economie en infrastructuur. De eerste stap is het isoleren  van gebouwen, dit  is namelijk een van de meest effectieve manier om uitstoot van CO 2 terug te dringen. Gemeente, bedrijven en corporaties staan voor een gezamenlijk  opdracht om deze transitie in te vullen. Een tweede stap op weg naar een duurzame toekomst is de groei naar een circulaire economie  waarbij uiteindelijk alle producten na gebruik worden hergebruikt. Dit streven zal in overleg met  provincie, bedrijfsleven en RD4 verder tot uitvoering worden gebracht. Tariefdifferentiatie in de afvalstoffenheffing blijft gehandhaafd, omdat het zijn vruchten heeft afgeworpen. De inwoners betalen naar rato van de hoeveelheid afval die zij aanbieden. Verder blijft het CDA voorstander van afvalpreventie middels voorlichting  en milieueducatie.

Een derde stap is de verduurzaming van de energievoorziening. Om onze energievoorziening te verduurzamen zet het CDA in op energiebesparing en CO2 reductie en het investeren in de opwekking van duurzame energie. Dit kan  op eenvoudige wijze door het toepassen van zonnecellen (PV cellen) op de daken van de huizen en andere gebouwen.

Uiteraard  heeft de  gemeente  op het terrein van milieu de taak  de milieuvergunningen adequaat te handhaven; zij ziet erop toe, dat afspraken worden nagekomen. In situaties die gevaar opleveren voor de veiligheid of de volksgezondheid treedt de gemeente consequent op en schroomt zij niet om bestuursdwang toe te passen. Daar staat tegenover dat regels ook duidelijk moeten zijn voor de samenleving. Burgers en bedrijfsleven moeten erop kunnen rekenen dat regels niet telkens veranderen of anders geïnterpreteerd worden. Daarom is ook nodig dat er een betere afstemming en coördinatie ontstaat tussen instanties, belast met vergunningverlening, inspectie en handhaving.

 

Acties

  • De uitvoering en handhaving van de wettelijke milieutaken heeft voor de gemeente prioriteit. Zij zorgt ervoor dat de milieuvergunningen actueel worden gehouden en dat een adequaat toezicht op de naleving van deze vergunningen plaatsvindt .
  • Een actueel rioleringsplan waarin de kosten van onderhoud en vervanging zijn opgenomen, is noodzakelijk. De kosten hiervan worden door de vervuilers gedragen ,mede op basis van het waterverbruik.
  • Het CDA stimuleert en geeft nieuwe impulsen aan het duurzaam bouwen van  nieuwe woningen  en andere gebouwen  zodat het energieverbruik  neutraal wordt.Dat geldt ook  voor  het  verbouwen  van gebouwen en woningen..
  • Door middel van voorlichting zal de gemeente afvalpreventie voor burgers en bedrijven blijven stimuleren. Aparte inzameling van bepaalde soorten afval met de bedoeling om te komen tot recycling blijft voor het CDA belangrijk. Hierbij is van belang, dat Eijsden-Margraten op het gebied van afvalinzameling tot de goedkoopste gemeenten van Limburg behoort.
  • De gemeente zal door permanente voorlichting en het opzetten van projecten samen met  bedrijven die deskundig zijn op het gebied van isolatie, verwarming en ventilatie het nemen van deze maatregelen stimuleren.

 

 

7                   Samen gemeenschap zijn

 

De kerkdorpen van Eijsden-Margraten kennen in het algemeen nog een hechte sociale structuur en sociale verbondenheid, die onder meer tot uitdrukking komt in de inzet voor verenigingen en maatschappelijke organisaties. Maar de laatste jaren zijn ook in onze gemeente maatschappelijke ontwikkelingen waar te nemen, die met zich meebrengen dat de sociale cohesie afneemt. Dat komt niet alleen doordat het aantal inwoners in de dorpen daalt, maar ook door de individualisering van de maatschappij, die zich ook in Eijsden-Margraten voelbaar zal maken. Doordat steeds meer mensen het vooral druk hebben gekregen met hun eigen huishouden en met hun baan, is het minder vanzelfsprekend geworden dat zij hun (vaak schaarse) vrije tijd actief invullen met sociale activiteiten in een vereniging of organisatie. Het gevaar is aanwezig, dat deze ontwikkelingen zich in de nabije toekomst verder doorzetten In dat geval zou blijken, dat de kracht van de dorpen – hun beperkte omvang – tegelijkertijd hun zwakte is.

De sociale basis voor de leefbaarheid in onze gemeente wordt voor een belangrijk deel bepaald door de mate waarin de beroepsbevolking in onze gemeente werk heeft. Belangrijk is verder de zorg die door de organisaties, instellingen en bewoners, met ondersteuning door de gemeente wordt gegeven aan inwoners die door ziekte of een handicap of vanwege de leeftijd afhankelijk van anderen zijn geworden. Ten slotte wordt de ‘sociale leefbaarheid’ mede bepaald door de solidariteit die wordt betracht met de minstbedeelden in onze gemeente in de vorm van aandacht en ondersteuning.

De vraag naar zorg in Eijsden-Margraten zal in de komende jaren sterk toenemen door de vergrijzing van de bevolking en de daarmee samenhangende groei van het aantal (chronisch) zieken en gehandicapten. Niet alleen de behoefte aan personeel in de zorg zal daardoor (flink) toenemen, maar er zal ook een groeiend beroep worden gedaan op zorgvoorzieningen, vrijwilligers en mantelzorgers. Gelet op deze ontwikkelingen acht het CDA het van bijzonder belang dat in onze gemeente met voortvarendheid wordt ingespeeld op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).

Gelukkig begint de laatste tijd ook bij heel wat mensen het besef door te dringen, dat aan de individualisering ook belangrijke bezwaren zijn verbonden. Daarom acht het CDA nu de tijd gekomen voor een heroriëntatie op het welzijnsbeleid, die moet leiden tot nieuwe impulsen aan het verenigingsleven en aan andere organisaties, waarin de sociale verbondenheid van inwoners in onze dorpen tot uiting komt. De gemeente zal zich, samen met verenigingen, scholen en vrijwilligersorganisaties moeten inzetten voor een vernieuwd, samenhangend welzijnsbeleid. Met name op het gebied van cultuur en sport, zal, in samenhang tot het onderwijsbeleid en tot het beleid voor jongeren en voor senioren, een offensief moeten worden gestart, dat leidt tot het versterken van de gemeenschapszin en van de maatschappelijke betrokkenheid van de inwoners.

 

 

7.1            Maatschappelijke ondersteuning

Zelfstandig kunnen (blijven) leven en beslissen is voor ieder mens een groot goed, dus ook voor zorgbehoevenden, gehandicapten en ouderen. Indien het collectieve zorgsysteem onvoldoende kan inspelen op hun specifieke zorgbehoeften vormen familie, vrienden, buren en kennissen de achtervang waarop zij moeten kunnen terugvallen. De gemeente heeft volgens het CDA een taak in het bevorderen van een zodanige sociale samenhang en gemeenschapszin in de buurten en dorpen, dat het sociale netwerk van familie, vrienden en buren, indien nodig, ook daadwerkelijk in actie komt en de verwachte hulp verleent.

Behalve van bewoners wordt bij de uitvoering van de zorgtaken ook veel verwacht van maatschappelijke organisaties en van bedrijven. De gemeente heeft een drieledige taak: zij dient de voorwaarden te scheppen, die het mogelijk maken dat ieder zijn taken kan uitvoeren; zij zal de regie moeten voeren, die nodig is om tot een samenhangend en effectieve aanpak te komen en zij is verantwoordelijk voor de zorg voor de meest kwetsbare inwoners.

Omdat het niet doelmatig is als elke gemeente deze taken zelfstandig uitvoert, vindt het CDA samenwerking tussen de gemeenten in het Heuvelland en de gemeente Maastricht noodzakelijk. Gezamenlijk zullen zij inhoud moeten geven aan het beleid voor die inwoners die op zorg via de gemeente zijn aangewezen.

 

Acties

  • De gemeente ondersteunt activiteiten van vrijwilligers en van mantelzorgers die bijdragen aan de oplossing van de maatschappelijke problemen in onze gemeente. Hetzelfde geldt voor initiatieven van maatschappelijke organisaties.
  • Zorg op maat is noodzakelijk. De afstand naar eerstelijns zorgvoorzieningen (zoals huisarts, fysiotherapeut, tandarts, apotheker etc.) mag niet groter worden en, waar mogelijk, worden verkleind.
  • Er zullen volgens het CDA een dekkend systeem van zorgsteunpunten moeten komen voor de gehele gemeente Eijsden-Margraten. Waardoor zorg voor senioren ook in de kleine kernen toegankelijk is. Aan deze voorzieningen kunnen dan tevens voorzieningen voor medische zorg (huisarts, tandarts, fysiotherapie, apotheek) worden gekoppeld.
  • Het CDA is een warm voorstander van het zo lang mogelijk thuis blijven wonen van ouderen in hun eigen omgeving. Om dit mogelijk te maken zijn speciale voorzieningen nodig waarbij de hulpvraag van deze senioren het uitgangspunt is.
  • De gemeente moet aandacht besteden aan de vraag hoe zij maatschappelijke en levensbeschouwelijke organisaties bij sociale problemen kan betrekken.

 

De decentralisatie van de ondersteuning uit de AWBZ, jeugdzorg en werk betekent dat we slim moeten omgaan met de daarvoor beschikbaar middelen. Maar het betekent ook meer inzet en meer deelname van eenieder. Deze kanteling en de ontschotting van budgetten heeft inmiddels gezorgd voor een nieuwe inrichting van het sociaal domein.

 

Het CDA vindt dat de kwaliteit van zorg te allen tijde gewaarborgd dient te worden. De beperkte middelen moeten efficiënt en effectief worden gebruikt, waarbij de overheadskosten geminimaliseerd dienen te worden. Daarnaast moet worden gewaakt voor overbehandeling en verzanding in bureaucratie.

Het CDA vindt dat er scherp onderhandeld dient te worden met de zorgaanbieders en dat ook kleine zorgaanbieders kansen krijgen bij aanbestedingen. Als mensen niet meer zonder hulp van anderen kunnen leven, moeten zij in staat gesteld worden zo lang mogelijk de regie te behouden over hun eigen daginvulling. Hulp en zorg moeten gericht zijn op het aanboren van de eigen kracht van mensen. Indien nodig moet er een vangnet aanwezig zijn. Het CDA zet daarom in op vroege signalering, het wegnemen van oorzaken en/of belemmeringen en preventie. Goede voorlichting hoort eveneens in dit rijtje thuis.

Het CDA vindt dat initiatieven als een klussendienst, strijkservice, schuldhulpmaatjes, een formulierenbrigade of een scootmobiel pool moeten worden ondersteunend. Deze diensten kunnen goed door vrijwilligers worden georganiseerd.

Het CDA vindt dat er sociale teams beschikbaar moeten zijn waar burgers met hun vragen terecht kunnen. Deze kunnen in al bestaande zorg gerelateerde complexen of gemeenschapshuizen gehuisvest worden. Bovendien staat het CDA voor het aanstellen van een ombudsman, die zorgvuldig met klachten van de inwoners omgaat.

Deze sociale teams zorgen voor een integrale aanpak. Hulpverleners werken met elkaar samen als ‘schakels in een keten’, waarbij het belang van de zorgvrager centraal staat. Zij zorgen ervoor dat in onderling overleg één hulpverlener of instelling als coördinator wordt aangewezen. In netwerken moeten vrijwilligers hun kennis en ervaring kunnen uitwisselen.

Voor noodzakelijke voorzieningen mogen er geen drempels bestaan. Mensen die door omstandigheden langdurig op hulp zijn aangewezen moeten daarop, afhankelijk van wet- en regelgeving, een beroep kunnen blijven doen.

Inmiddels is de jeugdzorg integraal binnen het sociale domein opgenomen. Het Centrum voor Jeugd en Gezin vervult deze rol, waarbij voor de professionele invulling van de jeugdzorg gebruik kan worden gemaakt van regionale samenwerking.

Het CDA vindt dat werkparticipatie een uitgangspunt is. Wanneer dat niet zelfstandig mogelijk is, wordt hulp geboden. De gemeente moet dan instrumenten als re-integratietrajecten of beschutte werkplekken inzetten. Hierbij is samenwerking tussen gemeente, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties nodig om projecten te ontwikkelen of arbeidsplaatsen te bieden. Het CDA vindt daarbij ook dat bij fraude bij uitkeringen en het niet naleven van afspraken bij geboden hulp streng gehandhaafd moet worden.

 

Acties

  • de kwaliteit van zorg ter allen tijden waarborgen;
  • samen toekomstbestendige zorg van welbevinden burgers bevorderen;
  • ook kleine zorgaanbieders kansen bieden bij aanbestedingen;
  • vroegtijdige signalering, belemmeringen opheffen en werken aan preventie;
  • sociale teams inrichten, dicht bij de mensen, die integrale zorg aanbieden binnen het sociaal domein;
  • mantelzorgers optimaal faciliteren en het vrijwilligerswerk stimuleren;
  • binnen ouderenbeleid speciale aandacht geven aan eenzaamheid;
  • het CJG een actieve rol geven binnen de jeugdzorg;
  • participatie stimuleren voor werkzoekenden en werkelozen;
  • kansrijke re-integratie projecten opstarten;
  • zorgen voor een goede organisatie voor beschut werk;
  • effectieve inzet van het budget voor preventie en beantwoording van vragen via één loket;
  • ‘Voor wat hoort wat’: mensen van wie blijkt dat de inzet voor het verkrijgen van werk onvoldoende is, krijgen na een waarschuwing een korting op de uitkering;
  • Passend toezicht door de gemeente op het nakomen van de verplichtingen die tegenover het krijgen van een uitkering staan

 

We ondersteunen het werk van onze mantelzorgens waarbij we overbelasting moeten zien te voorkomen. We werken mee aan het geven van informatie over dementie, respijtzorg, tijdelijke opvang, mantelzorgcursussen specifiek gericht op dementie en persoonlijke – en individuele begeleiding thuis. De aanvraagtermijn van het mantelzorgcompliment moet langer worden opengesteld (voor het jaar 2017 op 1 december 2017 gesloten).

Duidelijk mag zijn dat het welslagen van alle beleidsvoornemens staat en valt met een toegankelijke en servicegerichte instelling van de gemeente en haar kennis omtrent wat bij dementerenden en hun naasten speelt en welke behoeften zij hebben. Begrip voor de situatie en het ziekteproces tijdens het keukentafelgesprek met een onafhankelijke cliëntondersteuner is van vitaal belang. Daarnaast is het van belang dat uw gemeente aangesloten is bij het lokale dementienetwerk: het samenwerkingsverband van zorg en welzijn rond de burgers met dementie en diens naasten.

Acties

  • Het CDA wil meerdere vormen van ondersteuning bij dementie, zodat onze inwoners met dementie langer thuis kan blijven wonen.
  • Het CDA werkt aan een dementievriendelijke gemeente waarin iedereen kan bijdragen: van bakker, sportvereniging tot gemeenteloket.

 

 

7.2            Aanpak armoede en vereenzaming

Het CDA acht werk de beste vorm van sociale zekerheid. Maar zij is zich er ook van bewust, dat voor sommige mensen de weg naar werk definitief is afgesloten. Niet zelden zijn de gevolgen daarvan, dat gezinnen in meer of minder grote financiële problemen geraken. Soms is (stille) armoede het gevolg. Ook in onze gemeente doet zich dat voor.

Voor het CDA is solidariteit met de sociaal zwakken een kernpunt van beleid. Daarom pleit het CDA er voor om voor dit soort gevallen, binnen de wettelijke mogelijkheden, een ruimhartig armoedebeleid te voeren. Voor mensen die, door medische en/of sociale oorzaken, (soms tijdelijk) geen uitzicht meer hebben op werk, acht het CDA het belangrijk dat een gericht beleid wordt gevoerd, dat bijdraagt tot het wegnemen van deze oorzaken.

Bij het armoedebeleid gaat het intussen niet alleen om financiële ondersteuning, maar ook om het bevorderen van maatschappelijke participatie en bestrijding van sociaal isolement. Sommige mensen die geen uitzicht meer hebben op werk, maar ook sommige ouderen dreigen namelijk in een sociaal isolement te geraken en te vereenzamen. De gemeente moet daarom bevorderen dat er in de gemeente een goede sociale infrastructuur is, die bijdraagt tot het voorkomen van eenzaamheid of isolement van ouderen. Verder is bijzondere aandacht vereist voor de maatschappelijke participatie van kinderen van ouders met een minimuminkomen. Het CDA vindt het nodig, dat declaratieregeling die voor de participatie van deze kinderen door de gemeente is ingesteld, wordt voortgezet.

Ten aanzien van schuldhulpverlening dient de gemeente vooral een preventief beleid te voeren. Daarnaast is het CDA voorstander van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor mensen met een inkomen op of rond het niveau van een bijstandsuitkering.

Om tot een oplossing te komen van armoedeproblemen, moet de gemeente, volgens het CDA, tevens het gesprek aangaan met het maatschappelijke middenveld. Gezamenlijk zullen zij tot een programma moeten komen, dat is gericht op het bestrijden van armoede bij mensen met een minimuminkomen zonder uitzicht op werk.

 

Acties

  • In het voorkomen van eenzaamheid van ouderen hebben de zorgsteunpunten, volgens het CDA, een signaleringstaak. De gemeente stimuleert verschillende ouderenverenigingen in onze gemeente om tot een breed, ‘voor elk wat wils’-aanbod aan activiteiten te komen, waaronder lotgenotencontacten en educatie voor ouderen. Daarnaast stimuleren we de ‘jongere’ senioren om mee te doen in vrijwilligersactiviteiten en verenigingen.
  • Voor mensen die geen uitzicht meer hebben op werk ten gevolge van chronische ziekte of een handicap wil het CDA de mogelijkheden in het kader van de Wet Voorzieningen Gehandicapten ruimhartig toepassen.
  • De gemeente maakt afspraken met woningbouwverenigingen met betrekking tot het tijdig signaleren van huurschulden, zodat huisuitzettingen kunnen worden voorkomen.
  • Overerfbare armoede bijvoorbeeld bestrijden door bijles voor kinderen uit minimagezinnen mogelijk te maken.
  • Laaggeletterde stimuleren  (samen  met bedrijven ) om nederlandse taalles te volgen via de bestaande kanalen zodat de kansen op werk vergroot worden.

 

7.3            Veiligheid

De gemeente dient een gemeenschap te zijn waarin iedereen zich veilig voelt en veilig is. Door allerlei oorzaken zijn mensen zich onveiliger gaan voelen. Een vermindering van de sociale samenhang en van het ‘buurtgevoel’ is hier debet aan. Maar de directe oorzaken van het onveilig gevoel dat mensen ervaren zijn (drugs)overlast en de toename van kleine geweldsmisdrijven. Mensen zijn zich daardoor niet alleen onveiliger gaan voelen op straat en in de woonomgeving, maar ook in de huiselijke kring. De mate waarin men zich veilig voelt in de woonomgeving hangt ook samen met de inrichting en het beheer van de publieke ruimte en met de openbare verlichting.

Het veiliger maken van onze gemeente is een taak van ons allemaal; niet alleen van gemeente, politie, justitie en brandweer, maar ook van woningverenigingen, bewoners, ouders, scholen en verenigingen. De gemeente is de baas in de openbare ruimte en draagt zorg voor een veilige leefgemeenschap in de gemeente. Om deze verantwoordelijkheden ook in de toekomst te kunnen vervullen, acht het CDA het belangrijk, dat de gemeente op het terrein van politie en van brandweer voldoende bevoegdheden blijft behouden.

Het CDA is van mening dat de gemeente in het veiligheidsbeleid een drietal taken heeft:

  1. Het voorkomen van criminaliteit en overlast. Aan deze preventieve taak geven we inhoud door voorlichting en samenwerking met ouders, scholen en maatschappelijke instellingen. Wezenlijk hierbij is de overdracht van waarden en normen in het gezin, op scholen en in verenigingen, waardoor kinderen kennismaken met basisprincipes van onze rechtsstaat.
  2. Bestrijden van overlast door intensiever toezicht en handhaving van veiligheid. Deze repressieve taak voert de gemeente uit in samenwerking met politie en justitie.
  3. Vergroten van de betrokkenheid van inwoners uit dorpen en buurten. Bij de voorbereiding en uitvoering van het veiligheidsbeleid dient de gemeente nadrukkelijk aansluiting te zoeken bij de werkelijkheid van de straat, de buurt, het dorp en de inwoners uit de dorpen of buurten meer hierbij te betrekken.

 

Jongeren verdienen in het veiligheidsbeleid bijzondere aandacht. Het CDA is van mening dat in het voorkomen van problemen van overlast, het gezin een primaire taak en verantwoordelijkheid heeft. Daarnaast hebben ook de scholen een taak in het vroegtijdig signaleren en in het voorkomen van problemen.

Waar het gaat om toezicht en handhaving is een integrale aanpak nodig, waarbij de politie samenwerkt met het welzijnswerk, de ambulante jeugdhulpverlening, huisartsen en de aangestelde jongerenwerker.

Het CDA vindt dat de gemeente bij het politieapparaat blijvend aandacht dient te vragen voor de vele vormen van overlast die mensen in hun directe woonomgeving ervaren. Het gaat dan over vernielingen, vervuiling, hondenpoep en diverse kleine wetsovertredingen.

 

Acties

  • Het CDA pleit vanwege de overlast die mensen ervaren in hun directe woonomgeving, voor meer toezicht op straat, door de inzet van bijzondere opsporingsambtenaren en de inzet van de (zichtbare) wijkagent.
  • Voor diegenen die zich schuldig maken aan verloedering van de openbare ruimte, voert de gemeente een lik-op-stuk-beleid.
  • De gemeente dient met betrekking tot huiselijk geweld concrete initiatieven te nemen voor een structurele aanpak, in samenwerking met politie, justitie en hulpverlening.
  • De gemeente dient een overzicht van risicovolle bedrijvigheden en activiteiten actueel te houden.
  • Drugsoverlast dient daadkrachtig door politie en gemeente te worden aangepakt.

 

7.4            Verenigingsleven

Veel inwoners in de gemeente Eijsden-Margraten zetten zich vrijwillig en belangeloos in voor verenigingen en actiegroepen, maar ook voor familieleden, buren en zieke medemensen. Zij geven op deze wijze blijk van hun solidariteit met de zwakkere medemens. Toch blijkt het voor organisaties steeds meer moeite te kosten om voldoende gemotiveerde en geschikte vrijwilligers te vinden. Tegelijkertijd kan worden vastgesteld, dat er bij bedrijven een ontwikkeling op gang is gekomen, waarin zij uiting geven aan hun maatschappelijke betrokkenheid. Ook scholen voor voortgezet onderwijs doen dat onder meer in de vorm van het stimuleren van maatschappelijke stages.

Als gevolg van de vergrijzing van de inwoners in onze gemeente, zal de behoefte aan (zorg)vrijwilligers in de komende tijd belangrijk toenemen. Het CDA vindt daarom dat de gemeente de nodige prioriteit moet geven aan het stimuleren van het vrijwilligerswerk in de gemeente. De inspanningen van de gemeente zullen zich moeten richten op het stimuleren van het aanbod van vrijwilligers, het bevorderen van de deskundigheden die worden gevraagd en op het zo goed mogelijk bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Een goed klimaat voor een groter aanbod van vrijwilligers kan worden bevorderd door het instellen van een jaarlijkse vrijwilligersprijs en het organiseren van specifieke vrijwilligersbijeenkomsten (dag van de vrijwilliger), waaruit de waardering van de gemeente blijkt voor het vrijwilligerswerk. Verder zal moeten worden gestimuleerd, dat langdurig werklozen meer dan tot nu toe voor vrijwilligerswerk worden ingezet.

Samen met naburige gemeenten, zal de gemeente een beroep moeten doen op bedrijven en scholen in de regio om het vrijwilligerswerk in de regio te activeren. Ook de deskundigheidbevordering van vrijwilligers en het afstemmen van vraag en aanbod zouden in regionaal verband moeten worden aangepakt. Het CDA pleit ervoor dat de gemeente, in goede samenwerking met andere gemeenten in de regio, initiatieven neemt, tot de ontwikkeling van een vrijwilligersbeleid, waarin deze elementen samenhangend worden aangepakt.

Voor het versterken van de gemeenschapszin en van de sociale samenhang in de gemeente is het stimuleren van de amateurkunst in verenigings- en groepsverband een van de meest aangewezen middelen. Waar mensen elkaar vinden in het muziek maken, toneel spelen, zingen in een koor, schilderen en beeldhouwen, ontstaat onderling begrip en wederzijds respect tussen de mensen.

Het CDA vindt het niet alleen nodig dat de gemeente de amateurkunst financieel ondersteunt, maar vindt het minstens zo belangrijk, dat bij de jeugd op de scholen voldoende belangstelling wordt gewekt voor cultuur in zijn vele verschijningsvormen. Daarom zal de ontwikkeling van de basisscholen tot brede scholen, tevens moeten worden aangegrepen om de leerlingen meer voor cultuur te interesseren en tot actieve beoefening van groepsgerichte (amateur)kunst te activeren. Daarmee wordt de basis gelegd voor een grotere betrokkenheid in de toekomst van leerlingen en ouders bij de plaatselijke amateurkunst en de culturele activiteiten in de gemeente.

Ook door de zorg voor monumenten en architectuur zal de gemeente, volgens het CDA, moeten bijdragen tot een groter besef bij de inwoners van de waarde van cultuur voor onze gemeenschap. Daarvoor is tevens nodig dat de monumenten voor de inwoners van de gemeente meer toegankelijk worden gemaakt.

 

Acties

  • Het CDA vindt het belangrijk dat de gemeente de amateurkunst in verenigingsverband blijft ondersteunen omdat dit nodig is voor het verbeteren van de sociale samenhang in de dorpen, maar ook vanwege de mogelijkheden die zij biedt aan de beoefenaars van amateurkunst om door te stromen naar de professionele kunst.
  • Het CDA kiest voor een ondersteuning van het verenigingsleven in de gemeente, dat wordt afgestemd op de behoeften waarin deze verenigingen blijken te voorzien. Het subsidiebeleid wordt daar zoveel mogelijk op afgestemd.
  • Het CDA vindt dat de gemeente bij verenigingen en culturele instellingen moet bevorderen dat activiteiten beter op elkaar worden afgestemd. De gemeente kan hierbij faciliteren door het jaarlijks opstellen van een activiteitenkalender.
  • Faciliteiten in het kader van sport of cultuur moeten goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking.

 

7.5            Sport

Sport is meer dan recreatie en vrijetijdsbesteding. Actieve deelname aan de sport is niet alleen van groot belang voor de volksgezondheid voor jong en oud, maar ook omdat jongeren in teamverband (leren) optreden, regels in acht nemen en eigenwaarde opbouwen. Daarom is sport, ook voor het versterken van de sociale samenhang in de dorpen in onze gemeente, van bijzonder belang.

Evenals voor de amateurkunst geldt ook voor het beoefenen van sport, dat via de scholen hieraan een stimulans zal moeten worden gegeven. Ook hiervoor biedt een ontwikkeling van de scholen in onze gemeente tot brede scholen goede aanknopingspunten. Daarnaast mogen van de verenigingen zelf de nodige inspanningen worden verwacht om te bereiken dat sport in onze gemeente door meer mensen wordt beoefend. Niet alleen jongeren, maar ook ouderen, allochtonen en gehandicapten zullen meer met sport in aanraking moeten worden gebracht. Voor al deze doelgroepen is sport een uitstekend middel om sterker in de maatschappij te participeren.

Het CDA vindt het belangrijk dat de gemeente de sportverenigingen, financieel en organisatorisch, ondersteunt. Ook deze ondersteuning zal echter selectief en flexibel moeten worden afgestemd op de belangstelling van de inwoners voor de verschillende verenigingen.

 

Acties

  • Ook het belang van het ondersteunen van de actieve sportbeoefening wordt voor jong en oud., volgens het CDA, in de toekomst alleen maar groter. Dit zowel vanwege de positieve gevolgen voor de sociale verbondenheid als voor de effecten van sport op de gezondheid van de inwoners van de gemeente.
  • Het beleid van het CDA is er op gericht om de kwaliteit van sportcomplexen te borgen en te verbeteren, op voorwaarde dat de complexen voldoende levensvatbaar zijn.

 

 

8                   Voorzieningen in de dorpen

 

Van niet minder belang voor het behoud en de versterking van de leefbaarheid en de vitaliteit van de dorpen in de gemeente is een bereikbaar en toegankelijk voorzieningenniveau, dat aansluit bij de behoefte van de bewoners van de dorpen. Om het draagvlak voor nieuwe voorzieningen zo groot mogelijk te maken, wil het CDA creatief omgaan met het onder één dak brengen van voorzieningen.

Bij de ruimtelijke inrichting van de dorpen moeten we rekening houden met het eigene, het karakteristieke van iedere kern. Een evenwichtige opbouw van de bevolking in de kernen is hierbij noodzakelijk. De realiteit vereist, dat we hierbij uitgaan van vijf centrale locaties, gelegen in Cadier en Keer, Margraten, Mheer, Eijsden en Grondveld.

Ook de vele monumenten die Eijsden-Margraten heeft zijn mede van invloed op het leefklimaat. De gemeente moet daarom een actieve rol blijven spelen zowel in voorwaardenscheppende, ondersteunende als financiële zin bij het in stand houden van dit culturele erfgoed.

 

Acties

  • Het CDA blijft zich inzetten voor een duurzaam voorzieningenniveau in de dorpskernen, dat zo dicht mogelijk bij de inwoners ligt en aansluit bij de lokale behoeften. Hierbij gaat het primair om basisvoorzieningen en culturele ontmoetingslokaliteiten.
  • Het in gang gezette gemeentelijk beleid ten aanzien van de bescherming en in stand houding van monumenten en andere beeldbepalende gebouwen of dorpsgezichten zetten we voort en maken hiervoor financiële middelen vrij.

 

8.1            Openbaar Vervoer

Het openbaar streekvervoer en de problemen die zich daar voordoen kunnen alleen opgelost worden in samenwerking met de ons omringende gemeenten en de provincie. Een van de grote problemen is de bereikbaarheid van kleine dorpskernen en gehuchten. Bewoners die aangewezen zijn op het openbaar vervoer met name scholieren, ouderen en zorgbehoevenden ondervinden hier veel hinder van.  Ook voor (toeristische)bezoekers zijn slechte verbindingen een probleem.  Met name gaat het hier om de verbindingen tussen de kernen onderling en de verbindingen van Mesch, Oost-Maarland, Rijckholt en een deel van Gronsveld met Maastricht en Eijsden die thans niet toereikend zijn.

Het CDA is van mening dat met name de provincie initiatieven moet nemen die leiden tot een streekvervoer dat beter afgestemd is op de behoeften van de inwoners en bezoekers.

Ook het zo maximaal mogelijk benutten van vervoer op maat in de vorm van een CVV(collectief vraagafhankelijk vervoersysteem)  met name voor ouderen en gehandicapten, moet ter hand genomen worden.

Veilig verkeer heeft voor het CDA een hoge prioriteit. Het hard rijden daar waar het niet mag en de geluidsoverlast van met name door motoren in het heuvelland worden door veel inwoners van onze gemeente als zeer storend ervaren. Goede samenwerking tussen burgers, gemeente en ook politie is hier van belang om deze problemen op te lossen.

De verkeersveiligheid wordt door de gemeente bevorderd door daar waar mogelijk het fietspad te scheiden van de rijweg. Ook worden allerlei snelheid beperkende maatregelen genomen vooral daar waar schoolgaande kinderen veel fietsen.

 

 

 

8.2            Onderwijs en jongeren

Bij het onderwijsbeleid in de gemeente zijn de scholen, de gemeente en de ouders van de leerlingen, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, betrokken De verantwoordelijkheid van het rijk is in de afgelopen periode grotendeels naar de gemeenten verschoven. Maar tegelijkertijd hebben en krijgen scholen ook een grotere autonomie. Gemeenten en schoolbesturen moeten in overleg met elkaar tot overeenstemming komen.

Het CDA hecht aan een grote betrokkenheid van de ouders bij het schoolgebeuren. De scholen zijn immers meer dan alleen leerinstituten, omdat ze een steeds belangrijkere plaats innemen in de opvoeding en ontwikkeling van het kind.

Het CDA vindt het belangrijk dat de huidige basisscholen binnen de gemeente gehandhaafd blijven. Maar het moet niet volledig worden uitgesloten, dat het dalend verloop van het inwonertal en van het aantal (schoolgaande) kinderen het op een gegeven moment onvermijdelijk maken een school te sluiten.

Wanneer toch basisscholen gesloten moeten worden, is het zaak dat de schoolbesturen samen met de gemeente zich inzetten voor ‘brede scholen’ bij die basisscholen die niet getroffen wordt door de demografische ontwikkelingen. Zo een brede school biedt niet alleen onderwijs, maar biedt ook mogelijkheden tot voor- en naschoolse opvang en peuterspeelzaalwerk en maakt het voor leerlingen mogelijk om zich buiten schooltijd verder te ontwikkelen op het gebied van sport en cultuur.

Het CDA is een groot voorstander van de ontwikkeling van de scholen in onze gemeente tot zo een brede school. Ze wil daarom bevorderen dat, waar in scholen lokalen vrijkomen, deze multifunctioneel worden gebruikt als aanzet tot de ontwikkeling naar een brede school.

Om een brede school te kunnen realiseren, zullen de ouders nadrukkelijk bij deze verbreding betrokken dienen te worden en dient met deze ouders duidelijk te worden afgesproken welke verantwoordelijkheden zij op zich nemen. Daarnaast zal moeten worden samengewerkt met instanties voor advies en begeleiding van jongeren, jeugd- en jongerenorganisaties en kinderdagverblijven in onze gemeente. Waar het nodig is in verband met opvoedingsproblemen zullen ook huisartsen en politie bij de brede school betrokken moeten kunnen worden.

Het CDA ziet een verbreding van de scholen niet alleen als een middel om tot een betere ontwikkeling en opvoeding van de kinderen in onze gemeente te komen en als een bijdrage tot het langer in stand houden van de scholen in de dorpen, maar bovendien als middel tot versterking van de sociale samenhang in de dorpen.

Belangrijk voor de sociale samenhang in de dorpen is ook dat jongeren die de basisschool hebben verlaten, zo veel mogelijk in hun eigen dorp op hun behoeften afgestemde mogelijkheden voor recreatie en ontspanning kunnen vinden.

Meedenken en meedoen door jongeren in onze gemeente wordt door het CDA als belangrijk en waardevol ervaren. Het CDA hoopt dat door het opzetten van een jongerenplatform de participatie van de jeugd alsnog kan worden bewerkstelligd. In zo een jongerenplatform kunnen jongeren met vertegenwoordigers van de gemeente overleggen en afspraken maken.

Acties

  • Het CDA maakt zich sterk voor het openhouden van basisscholen in al die kernen waar nu ook een basisschool is gevestigd.
  • Onze kinderen hebben recht op goed onderwijs in goed uitgeruste gebouwen. Daarom vindt het CDA dat de gemeente samen met het schoolbestuur inhoud moet geven aan het huisvestingsbeleid, waarbij de gemeente faciliterend optreedt.
  • Goed onderwijs is voor alle kinderen belangrijk. Vandaar dat het CDA vindt dat de naleving van de leerplicht een zaak is die door de gemeente goed gecontroleerd moet worden.

 

 

9                   Bestuur

9.1            Bestuurlijke organisatie

Een gemeente is voortdurend aan maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen onderhevig. Van het gemeentebestuur mag worden verwacht, dat het voldoende inspeelt op deze ontwikkelingen en de nieuwe behoeften die daaruit voortvloeien. Zij zal moeten zorgen dat ze volledig bij de tijd blijft en voorziet in de behoeften die de inwoners nu hebben.

Verreweg de meeste zaken waar inwoners in het dagelijks leven mee te maken hebben, spelen zich op het niveau van de gemeente af. Mede daarom zijn en worden door de rijksoverheid nieuwe taken aan het takenpakket van de gemeente toegevoegd en zijn andere taken anders ingevuld. Van de gemeente wordt steeds meer gevraagd, maar nadrukkelijk ook verwacht. Er is steeds meer behoefte aan krachtige gemeenten. De kracht van een gemeente wordt, naar de overtuiging van het CDA, groter naarmate het beter lukt inhoud te geven aan wat het CDA noemt: een ‘levende gemeente’. Dat is een gemeente die bruist van energie, omdat ze zich ontwikkelt in een wisselwerking tussen de gemeenschap (gezinnen, scholen, maatschappelijke organisaties, verenigingen, bedrijven, dorpen en buurten in de gemeente) en het gemeentebestuur.

Het CDA is ervan overtuigd dat ook Eijsden-Margraten zal moeten bruisen van energie om haar kwaliteiten te kunnen behouden en verder te kunnen uitbouwen. Daarvoor is een beleid met bezieling nodig. Deze bezieling wordt niet alleen gevraagd van het gemeentebestuur, maar ook van alle andere betrokkenen. Onder de regie van de gemeente zullen maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers in de gemeente samen moeten werken aan de opgaven die moeten worden vervuld om de gestelde ambitie te kunnen waar maken. Iedere betrokken organisatie, instelling en burger zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen om het gewenste resultaat te kunnen bereiken.

Een krachtige gemeente bruist niet alleen van energie maar voert ook een beleid dat doelmatig en effectief is. Het CDA kiest daarom voor maatwerk om met de beperkte middelen die, mede als gevolg van bezuinigingen door het rijk, beschikbaar zijn, zo veel mogelijk te kunnen bereiken.

Om adequaat te kunnen reageren op kansen en bedreigingen en om de gestelde doelen te kunnen realiseren, wordt een forse inzet en veel creativiteit gevraagd; niet alleen van het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie, maar ook van inwoners, instellingen, organisaties en bedrijven.

Het CDA heeft haar ambitie voor de komende periode afgestemd op wat de inwoners van het gemeentebestuur van de gemeente Eijsden-Margraten verwachten: het behoud en waar mogelijk, verdere versterking van de kwaliteiten van onze gemeente. Om die ambitie te kunnen waarmaken is het noodzakelijk om op veel onderdelen van het beleid nieuwe wegen in te slaan en te kiezen voor een nieuwe en krachtige aanpak.

Regels worden niet langer centraal gesteld, maar de behoeften van onze burgers. Daarvoor is een omslag nodig van een defensieve opstelling naar een offensieve aanpak. Dat wil zeggen, dat niet alleen beoordeeld moet worden wat niet mogelijk is, maar dat actief en inventief moet worden gezocht naar mogelijke oplossingen voor de vraagstukken die op de gemeente afkomen.

Aangezien de gemeente niet alleen de landelijke en provinciale regelgeving hoeft te toetsen en te handhaven, maar ook een eigenstandig en inventief beleid moet voeren, dat anticipeert op nieuwe ontwikkelingen, wordt van de ambtenaren meer creativiteit gevraagd. Het werkproces, dat soms een doel op zich lijkt te zijn geworden, moet niet meer zijn dan het instrument om producten te realiseren waar de burgers van Eijsden-Margraten behoefte aan hebben. De interne bedrijfsvoering zal, volgens het CDA, moeten worden bepaald door de externe gerichtheid. Daarom zullen ambtenaren ook meer naar buiten dienen te treden om samen met bewoners, instellingen, organisaties en bedrijven in onze gemeente te zoeken naar mogelijkheden voor een vernieuwend beleid en naar oplossingsrichtingen voor een effectieve aanpak. Waar nodig zullen zij bereid moeten zijn de grenzen op te zoeken. Een hulpmiddel om de burgers snel en adequaat te kunnen bedienen is de digitale snelweg die verder uitgebreid zal moeten worden.

Een omslag van defensief naar offensief door bestuur en ambtelijke organisatie is volgens het CDA een basisvoorwaarde om te komen tot de vereiste krachtige gemeente. Het CDA zoekt deze kracht intussen niet alleen in de kracht van het bestuur en in de kwaliteiten van de ambtelijke organisatie, maar tevens in de wisselwerking tussen het gemeentebestuur en de gemeenschap. Ook aan de burgers, maatschappelijke organisaties, instellingen en bedrijven in de gemeente wordt daarom met nadruk gevraagd mede verantwoordelijkheid te nemen voor het beleid dat in de komende jaren dient te worden gerealiseerd.

Tenslotte zullen zowel bestuurders als ambtenaren zich in de komende periode ook meer open moeten stellen voor samenwerking met andere gemeenten.

 

Acties

  • Een optimale dienstverlening naar onze inwoners toe staat centraal in de gemeentelijke bedrijfsvoering. Verdere digitalisering en de KlantContactCentra zijn hierbij cruciaal.
  • Het CDA vindt dat de bestuursorganisatie moet inzetten op klantgerichtheid en dienstverlening, waarbij maatwerk en kwaliteit de sleutelwoorden zijn. Dat betekent een flexibele, laagdrempelige en integrale dienstverlening.
  • Het CDA acht het noodzakelijk, dat er in het gemeentehuis, naast een organisatieaanpassing, ook een cultuuromslag plaats vindt van een defensieve naar een offensieve organisatie; van het ‘nee, tenzij’ naar het ‘ja, mits’. De organisatie dient daarnaast klantvriendelijk, efficiënt en innoverend te opereren.
  • Het CDA maakt zich sterk voor het afschaffen van onnodige regelgeving, voor verkorting van procedures, het verminderen van vergunningen en het verkorten van doorlooptijden binnen de gemeente. Wanneer het helder is wat het probleem is, hoeven adviserende organen er niet meer aan te pas te komen. Procedures worden korter waar dat effectief is en zorgvuldig blijft. Bij het formuleren van nieuw beleid staat deregulering voorop.
  • Het CDA zet zich in voor een toename van het verantwoordelijkheidsbesef en de actiebereidheid bij burgers en organisaties, waardoor deze, samen met het gemeentebestuur, inhoud kunnen geven aan een krachtige gemeente.

 

9.2            Bestuurlijke samenwerking

De invalshoek van waaruit het CDA het vraagstuk van de bestuurlijke organisatie benadert, is niet het denken in termen van groei, schaalgrootte en financiën, maar in het denken in een menselijke schaal en het functioneren van dorpsgemeenschappen.

De snel voortschrijdende en vaak ingrijpende maatschappelijke, sociaal-economische en bestuurlijke ontwikkelingen laten ook onze gemeente niet onberoerd. Deze maken het steeds moeilijker om binnen de grenzen van de eigen gemeente alle beleid te organiseren dat nodig is om te voorzien in de zich ook voortdurend wijzigende behoeften van mensen en gemeenschappen. Op bovenlokaal niveau wordt overleg, coördinatie, afstemming en intergemeentelijke samenwerking steeds meer noodzakelijk. Maar het CDA vindt het langzamerhand ook steeds dringender worden om aan de samenwerking tussen gemeenten een minder vrijblijvende inhoud te geven.

Het CDA acht het dringend nodig dat er in Zuid-Limburg een meer verplichtende samenwerking komt; in termen van afspraken en prestaties. De samenwerking zal daadwerkelijke meerwaarde moeten opleveren.

Om tot een meer verplichtende intergemeentelijke samenwerking te komen, maakt het CDA zich sterk voor een aanpak die uit de volgende drie sporen bestaat:

  1. Op het niveau van de regio Zuid-Limburg zullen, vanuit een gezamenlijke visie, de antwoorden moeten worden gevonden op strategische vraagstukken, die zowel het niveau van de gemeenten als die van de Zuid-Limburgse deelregio’s overstijgen. Het CDA is voorstander van de organisatie van strategisch overleg en afstemming, tussen de actoren in het landelijk gebied en de drie stedelijke gebieden in Zuid-Limburg. Het is voor de steden belangrijk samen op te trekken met de plattelandsgemeenten, omdat zij voor het realiseren van een wervend woon- en leefklimaat er alle belang bij hebben, dat de landschappelijke, culturele en natuurlijke waarden worden behouden en versterkt.
  2. De Zuid-Limburgse visie en strategie zal in de drie deelregio’s van Zuid-Limburg, waaronder de regio Heuvelland/Maastricht dienen te worden doorvertaald. Op die basis, is het, naar de overtuiging van het CDA ook van belang om aan het overleg tussen de gemeente Maastricht en de Heuvellandgemeenten een nieuwe impuls te geven. Afspraken moeten worden gemaakt over welke taken door de afzonderlijke gemeenten dan wel door twee of meer gemeenten gezamenlijk, in een functiegerichte samenwerking, worden opgepakt. Daarnaast maken we afspraken over de wijze waarop de geleverde prestaties worden gevolgd.
  3. Lijn 50 de samenwerking met de gemeente Gulpen-Wittem en Vaals.

 

 

Acties

  • Het CDA maakt zich sterk voor een bestuurlijke samenwerking tussen gemeenten in Zuid-Limburg die daadwerkelijke meerwaarde heeft. De samenwerking zal, waar het gaat om de strategie, alle Zuid-Limburgse gemeenten moeten omvatten. Voor de te volgen tactiek zullen de drie Zuid-Limburgse deelregio’s tot afspraken moeten komen en de uitvoering zal moeten worden overgelaten aan de gemeenten.
  • Een  samenwerking met de gemeente Gulpen-Wittem en Vaals  heeft momenteel gestalte gekregen (lijn 50). Deze samenwerking betreft diverse projecten die voor alle drie gemeente  van belang zijn.

 

9.3            Financiën

Er is sprake van een grote bezuinigingstaakstelling voor gemeenten, opgelegd door de rijksoverheid. In het bijzonder de verdere decentralisatie van de werkparticipatie, de gezondheidszorg en jeugdzorg zijn hier debet aan.

Het CDA wijst de beperking van het gemeentelijke belastinggebied af. Niet omdat de gemeenten als zodanig over meer geld zou moeten kunnen beschikken, maar vanwege het principe dat op lokaal niveau een democratisch gelegitimeerde afweging gemaakt moet kunnen worden over de uitvoering van taken. Dat is de kern van gemeentelijke autonomie. Daarbij behoort ook de mogelijkheid van zelfstandige belastingheffing.

Ook los van de gevolgen van rijksbeleid voor de uit te voeren taken en voor de financiën van de gemeente, zal in de komende periode extra zorgvuldig moeten worden omgegaan met de besteding van de financiële middelen die de gemeente ter beschikking staan. De ambitie die het CDA heeft geformuleerd is hoog en de acties die nodig zijn om deze ambitie te kunnen vervullen zijn niet alleen groot in aantal, maar deels ook vergaand en ingrijpend. Het CDA is zich ervan bewust, dat vanwege de financiële problematiek, in het realiseren van deze acties prioriteiten moeten worden gesteld. Niet alles kan tegelijk en in volle omvang. Daarom worden ook extra hoge eisen gesteld aan de politiek, die niet alleen de juiste keuzes moet maken en de juiste doseringen moet aanbrengen, maar ook moet zorgen dat de beschikbare financiële middelen en de beschikbare menskracht doelmatig wordt ingezet.

Afhankelijk van de rijksbezuinigingen zal het in meerdere of mindere mate nodig zijn, dat door de gemeente op bestaand beleid en de gemeentelijke bedrijfsvoering bezuinigingen worden doorgevoerd. In welke mate en op welke uitgaven zal moeten worden bezuinigd, zal volgens het CDA, zorgvuldig moeten worden afgewogen, op basis van een daartoe op te stellen financieel plan.

Het CDA zal er zich sterk voor maken, dat niet alleen de gemeente, maar ook bedrijven en maatschappelijke organisaties in de gemeente, maximaal gebruik maken van de financiële middelen die de hogere overheden voor de uitvoering van beleid beschikbaar hebben.

 

Acties

  • Het huishoudboekje van de gemeente dient op orde te zijn. Als uitgangspunt geldt hierbij over de gehele breedte een sober financieel beleid en terugdringing van de overheadkosten.
  • Het CDA is voorstander van de toepassing van het profijtbeginsel: diegene die van een gemeentelijke dienst of voorziening gebruik maakt, betaalt voor de daarmee gemoeide kosten.
  • Het CDA volgt kritisch de ontwikkeling van de gemeentelijke belastingdruk. Met betrekking tot de OZB is het uitgangspunt dat de totale OZB-opbrengst gelijk blijft aan die van het vorige jaar,  exclusief     de opbrengst als gevolg van de uitbreiding van het areaal aan onroerend goed, daarbij uitgaande van een gelijkblijvend ambitieniveau.
  • Conform het algemene uitgangspunt ‘de vervuiler betaalt’ blijft de afvalstoffenheffing gebaseerd op de hoeveelheid aangeboden afval. Volledige kostendekking blijft ook hier het uitgangspunt, waarbij opgemerkt wordt dat een belangrijk deel van de kosten van afvalinzameling en – verwerking mede veroorzaakt wordt door externe factoren.
  • Het CDA is voorstander van een jaarlijkse aanpassing van de (algemene) gemeentelijke belastingen en heffingen met het inflatiecijfer indien nodig.
Deel!